De Poolse werknemers

De Poolse arbeiders van “de Zink”.

De Polen kwamen bij ons in dienst na de Tweede Wereldoorlog. Tijdens deze oorlog verrichtten veel Poolse mannen dwangarbeid in Duitsland. Sommigen in fabrieken en anderen bij boeren op het platteland. Na hun bevrijding kozen velen van hen voor dienst bij de bezetters; het Amerikaanse of Engelse leger.
Doch medio 1947 werd de bezettingsmacht in Duitsland verminderd en konden “displaced persons”, waaronder de Polen, emigreren naar andere westerse landen of terug keren naar hun vaderland. Het laatste was voor vele Polen geen optie, want hun land was inmiddels een satellietstaat van communistisch Rusland. Zo waaiden veel Polen uit over westerse landen en belandden onder andere bij de kolenmijnen in Zuid-Limburg. Later ook bij de Zink in Dorplein.

De fabriek zorgde voor huisvesting in “de kantine”. Vooral bij kerkelijke aangelegenheden kwamen de Polen weer bij elkaar. Bijvoorbeeld ter gelegenheid van de Paascommunie op 2 april 1949. De Poolse aalmoezenier in Zuid-Nederland, pater Piotr, kwam maandelijks in Dorplein op bezoek. Na mei 1949 kwam zijn opvolger.

Polen 1
Op de foto staan van links naar rechts en van boven naar beneden:

1. Jozef Mamczyc, geb. 15-2-1923
Na de bevrijding diende Jozef in het Amerikaanse bewakings- en bezettingsleger in Duitsland. Hij werkte bijna een jaar in de mijnen in Limburg en kwam in 1948 te werken op de Zink. Hij werkte 14 jaar als chargeman (aan de zinkovens) en daarna vanaf 1962 tot zijn pensioen gewerkt bij Thermopal (later Hoechst) in Weert. 

2. Mika Sprawka
Mika is na enkele jaren terug gegaan naar Duitsland.

3. Miétek Archangielski
Miétek is na zijn periode bij de Zinkfabriek in Heerlen in de mijnen gaan werken en werd op latere leeftijd kunstschilder.

4. Edward Hul, geb. 1-11-1925
In 1947 kwam Edward in Limburg bij de mijnen, om in 1948 naar de Zinkfabriek te komen. Hier werkte hij 4 jaar bij de ovens en 2 jaar in de kantine, om daarna terug te gaan naar de mijn. 

5. Theo Tchornobay, geb. 17-2-1910 en overleden 2-11-1998
Theo was geboren in Winnipeg in Canada, waarheen zijn ouders waren geëmigreerd. Toen hij 3 jaar oud was ging hij met zijn moeder terug naar de Oekraïne. Hier vervulde hij zijn dienstplicht in een Kozakken regiment. Theo handelde in paarden.
Toen de oorlog uitbrak, werd hij opgeroepen in het Poolse leger. Na de capitulatie van Polen zat hij een tijdje in een concentratiekamp, om daarna dwangarbeid te doen bij een boer in Duitsland. Hier is hij ontsnapt en heeft zich aangesloten bij de Poolse divisie van het Amerikaanse leger. Zo behoorde hij ook tot de Poolse divisie die Breda heeft bevrijd.
Na de oorlog was zijn huis in de Oekraïne verdwenen en ook zijn gezin was onvindbaar. Theo kwam in 1947 naar een kolenmijn in Limburg en in 1948 bij de Zinkfabriek.
Hier werkte als chargeman bij de ovens en daarna nog een aantal jaren als gasstoker.
In later jaren is via het Rode Kruis getracht zijn familie te achterhalen. De eerste vrouw en zoon van Theo zijn nooit meer gevonden, wel zijn 3 achtergebleven dochters. Theo is daar met zijn familie ook op bezoek geweest. Hij was ongeveer 15 jaar ouder dan de andere Poolse “zinkkompels”. Deze noemden hem dan ook “Oiciec”, hetgeen Pappa betekent.

Polen 2

6. Pater Piotr, de Poolse priester-aalmoezenier

7. Kas (Kaziemerz) Osinski, geb. 26-9-1921 en overleden op 21-5-1987
Kas werkte, net zoals zijn broer Eddy, in de oorlog bij een boer in de Elzas. Nadat de Elzas was bevrijdt nam hij dienst in het leger.

Polen 3

Kas kwam in 1947 naar Nederland en werkte in de mijn “Hendrik” te Brunssum.
In 1948 kwam Kas naar de zinkfabriek, waar hij 33 jaar werkte.
Hij ligt begraven op het kerkhof in Dorplein.

8. Marjan Milczarek, geb. 3-10-1926
Marjan was in de oorlogsjaren bij het Poolse verzet en was o.a. in Verdun in Frankrijk.
Na de bevrijding nam ook Marjan dienst bij het leger.
In 1948 kwam hij via de mijnen bij de Zinkfabriek en bleef tot zijn pensioen. Marjan werkte bij de ovens en werd daar opzichter. In de nieuwe fabriek werd hij wachtchef in de gieterij en als laatste werkte hij als opzichter bij de ertsontvangst.
Marjan trouwde hier en zij woonden in Budel aan de Grootschoterweg en daarna in de Rector van Nestestraat (in de “klén huuskes” zeggen ze in Dorplein).

9. Zdzislaw Marchel, geb. 31-7-1927
Marchel deed dwangarbeid in een fabriek. Ook hij diende na de oorlog in het Amerikaanse bezettingsleger. In 1947 kwamen Marchel en Bruno (10), die als metselaar werkte, en Karel (niet op de foto), die aan de ovens werkte, als eerste bij de Zinkabriek werken. Zij werkten niet eerst in de mijnen.
Marchel bleef hier werken tot zijn pensioen in verschillende functie bij de technische dienst. Ook heeft hij nog meegewerkt bij de opstart van Zinc-Organon. 

10. Bruno Bozerocki
Bruno is na enige jaren naar Amerika geëmigreerd. Hij trouwde met To Aspers (zus van Gerda, vrouw van Marjan Milczarek, 8).

11. Stany Szkudlarek
Is naar Frankrijk vertrokken.

12. Eddy Osinski, geb. 22-11-1923
In de oorlog werkte Eddy, net als zijn broer bij een boer in de Elzas. Hij was schaapsherder.
Na de bevrijding diende hij bij de Poolse divisie van het Engelse bezettingsleger, waarvoor hij een korte opleiding in Engeland volgde.
In 1947 kwam ook hij naar de Zinkfabriek. Hij werkte eerst als chargeman en na 1973, tot zijn pesioen, in de gieterij. Een tevreden en vrolijke man, die bij de geringste aanleiding begint te jodelen en te zingen. “Mamma”…. is zijn lievelingslied.

Polen 4
Eddy Osinski zingt "Mama …….."

Als je met hem praat gebruikt hij nogal veel het woord “potverdomme”, zonder het te beseffen, en vooral als hij wat opgewonden raakt, of snel iets wil vertellen. Blijkbaar het eerst geleerde Nederlandse woord.

13. Adam Baranek
Dit is eigenlijke zijn bijnaam. Het betekent schaap of schaapje. Dit vanwege zijn enorme haardos.
Adam is na enige jaren teruggekeerd naar Duitsland.

14. Jozef Jankowski
Jozef is naar Amerika geëmigreerd.
 
15. Theo Jawulski, geb. 22-7-1925 en overleden 7-3-1997
Ook hij kwam na een jaar in een kolenmijn in Limburg, bij de Zinkfabriek. Eerst als chargeman, maar later als tuinman van Directeur Delhaise.
Daarna is hij bij Coveco (slachterij) in Weert gaan werken.
Theo trouwde met Mia Fieten uit Soerendonk. Na hun huwelijk woonden ze eerst op Schoot, daarna aan “De Kempen” (grensovergang aan het kanaal), en vervolgens aan de Ant. Stevenslaan in Dorplein. 

16. Richard Krajewski
Is naar Duitsland vertrokken.

17. Henryk
 Ook naar Duitsland vertrokken.

18. Woitek
Evenzo vertrokken naar Duitsland.

Op het kerkhof in Dorplein ligt één Pool begraven die niet op de groepsfoto staat. Het is Stanislaw Szczepanik, geboren 6-4-1921 en overleden 1-1-1953. Hij kon de doorgemaakte verschrikkingen uit de oorlogsperiode niet langer aan en kwam onder een trein.

Polen 5
Het graf van Stanislaw Szczepanik

Zijn grafsteen is inmiddels geruimd. Zijn graf ligt er nog steeds, onder nummer A99, naast het graf van Vinclair-Stienissen. 

De Polen woonden, voordat ze trouwden, allemaal in de ”Kantine”. Ze hadden een redelijk inkomen, weinig kosten en daardoor nogal wat te verteren. Degenen die hier zijn gebleven zijn allemaal met vrouwen uit de omgeving getrouwd en goed geïntegreerd in de Dorpleinse gemeenschap. Daarnaast zijn ze allemaal genaturaliseerd tot Nederlander.  Typisch is dat alle Polen heel goed de eetbare paddenstoelen in de natuur weten te vinden en dat het uitstekende vissers zijn. Ik herinner me dat Eddy Osinski achter het huis ramen met kippengaas had liggen waarop eetbare paddenstoelen lagen te drogen. Eddy zei, “die stuur ik allemaal ingeblikt naar Polen”. Door de contacten die later met het thuisfront mogelijk werden, zijn er ook weer jongens van Dorplein in contact gekomen met Poolse meisjes, hetgeen tot enkele huwelijken heeft geleid.

Uit AA-Kroniek; 18e jaargang nr.1 (Harrie Jaspers) Bewerkt: JD / 27-10-2010 – RR / 14-12-2016








Les Echos de Dorplein

Harmonie "Les Echos de Dorplein" (1900-1975)

Echos 1

De Waalse stichters van “de Zink” voelden zich, vanuit hun histories besef, geroepen om een fanfare op te richten in het nieuwe fabrieksdorp Dorplein.  Het toenmalige hoofd der school W. Schulpen, in dienst van “de Zink”, en organist van de fabriekskapel, werd gevraagd om als “directeur” een fanfare op te richten. Dit te samen met een aantal leidinggevenden van “De Zink”. Aanschaf van instrumenten en attributen kwam voor rekening van de fabriek.  In 1900 werd een bestuur gevormd door voornamelijk Waalse leidinggevenden die met de heren Dor in 1892 waren meegekomen uit het Belgisch gebied:

Beschermheer: Emile Dor
Directeur: W. Schulpen
President: R. Doutrelepont
Vice President: F. Delhaise
Secretaris & Penningmeester: A. Vermeeren
Commissaris: V. Bobon
Commissaris: A. Leplat
Ceremoniemeester: Scheffers

Door invloed van het voornamelijk Franstalige bestuur veranderde de naam “de Echo van Dorplein” al snel in “Les Echos de Dorplein”. Ook de notulenverslagen zijn geruime tijd in het Frans geschreven.

Dat het lastig is om uit het niets een geschoolde muzikale samenstelling te formeren zal duidelijk zijn. Niemand, behalve de directeur, kon een noot lezen. De samenstelling van de nog kleine Dorpleinse gemeenschap bestond uit verschillende nationaliteiten, verschillende talen, grote verschillen in leeftijd.

Dhr. Schulpen wist toch in de eerste jaren 30 personen zover op te leiden dat ze in staat waren om op 28 april 1901 een optreden te verzorgen, te samen met de toneelclub, die eveneens uit leden van “Les Echos” bestond. Daarnaast leidde hij vele kinderen, uit zijn lagere school, op die hun partijtje konden meeblazen.

Vanuit de fabriek werden de nodige stimulerende maatregelen genomen. Het repetitiebezoek werd door de Zink betaald en omdat vele bazen in het bestuur zaten bezorgde het lidmaatschap ook wel zijn voordelen op de werkplek. Daarnaast was het op de Zink een grote eer om in het bestuur of lid van de vereniging te zijn. Op de oudst bekende foto uit 1902 staan 26 personen afgebeeld die een instrument dragen.


Echos 2

Al in het eerste jaar werd een Caeciliafeest gehouden, en zoals vermeld, stond op het menu: “5 kg. Mosselen per persoon en 2 boterhammen. Daarnaast schonk Emile Dor 1 kiste cigaren van 50 en Luciën Dor 100 liter bier”. Het eerste concert buiten Dorplein, werd gegeven tijdens Statie- Kermis te Hamont. Hierna ging het van café naar café, waar ze overal een deuntje moesten blazen, maar de deuntjes werden steeds valser en korter. Dit gedrag zal zeker niet in dank zijn afgenomen. Financiële problemen heeft “Les Echos de Dorplein” nooit gekend. De beste instrumenten, de mooiste muziekstukken en alles wat een goed gezelschap nodig had werd steeds spontaan door de directie van “de Zink” geschonken.


Op de 2e zondag van juni 1903 ging het gehele corps op plezierreis naar de dierentuin en de Schelde te Antwerpen. 1 November 1903 werd J. Beunen in Dorplein benoemd tot onderwijzer op de lagere school. Dhr. J. Beunen was een oud collega van W. Schulpen uit de lagere school periode in Sevenum. Hij was tevens zeer begaan met muziek en daarom de geschikte man om samen met het schoolhoofd en fanfaredirecteur W. Schulpen het muziekonderwijs te ontwikkelen en uit te breiden, met name voor de jeugd. In de jaren daarna is Dhr. Beunen voorzitter geweest van “Les Echos”en heeft hij de tekst geschreven voor het Dorpleins Volkslied “Waar de hooge schouwen staan”…… Later is een dochter van Hem, Danny, nog directiesecretaresse geweest onder Hubert Delhaise.

*Op 13 maart 1904 volgde het 2e concert en toneel door de Fanfare.

*Het eerste avondconcert vond plaats voor een massapubliek te Bocholt op 4 juni 1905.

*Op 23 juni 1905 mocht “Les Echos” concerteren in de Hal te Luik tijdens een grote tentoonstelling, in aanwezigheid van prominente personen van het Belgische ministerie.

*23 Februari 1907 werd door Dhr. Luciën Dor gezorgd voor uniformpetten en op 27 februari in datzelfde jaar werden 20 nieuwe instrumenten geschonken, voornamelijk klarinetten. Hiermede veranderde de fanfare in Harmonie “Les Echos de Dorplein”. Dien ten gevolge werd die dag een souper aangeboden door de Heren L. en E. Dor.

*14 Juli 1907 ging het gezelschap voor de eerste maal naar een groot internationaal muziekconcours te Maaseik.

Echos 3

"Les Echos” behaalde de 2e prijs in de derde afdeling met palmtak. Zoals beschreven: “De plannen voor dit concours werden al ‘n jaar tevoren besproken. Tot 3 maal toe moest gestemd worden. Er werd zelfs gesproken over hoe men zich moest gedragen aan tafel, hoe men zijn vork en lepel moest hanteren tijdens het geplande diner”. Het vertrek was vastgesteld om 9.00 uur. Per fabriekstrein naar Schoot. Per trein naar Hamont, Neerpelt, Wijchmaal. Vandaar per tram langs Bree naar Roosteren waar gedineerd werd. Na afloop ging men per tram naar Maaseik.”
Dit zijn enkele flitsen uit het verslag van het Maaseiker Weekblad.

Er heerste in Maaseik al vroeg een ware feeststemming. Het bulderen van kanonnen kondigde heinde en verre de feestelijkheden aan. Al in de voormiddag moest de Harmonie van Budel optreden met een kort concert voor het lokaal van “Concordia”.  Iedereen bewonderde vooral de kleine muzikantjes, zo meesterlijk afgericht door directeur M.W. Schulpen.

In het volgende artikel schrijft bovengenoemd weekblad: “Dorplein in Feest”
“Zondagavond keerde onze Harmonie “Les Echos de Dorplein”, bekroond met den 2e prijs en de erepalm, uit den wedstrijd van Maaseik terug. Een donderend hoera steeg op toen het gezelschap in ons dorpje aankwam. Ofschoon vermoeid van de reis, werd op het kiosk toch nog uitgevoerd: Het Nederlandse volkslied voor de Nederlandse inwoners. Het Belgische volkslied voor de Belgische bewoners.De La Marseillaise voor de Fransche Zusters, die zich door haren onverdroten toewijding aan de civilisatie van de Dorpleinse jeugd alle hoogachting en liefde verworven hebben. 

Hierna keerde iedereen wegens het vergevorderde uur naar huis”. Het feest zou hierbij echter niet afgelopen zijn. Wie maandagmorgen door Dorplein kwam had kunnen zien hoe van menige woning de Nederlandse driekleur wapperde en hoe door vaardige hand van belangstellende Dames ons prachtige kiosk op waarlijk smaakvolle wijze versierd was. Doch niet alleen aan de gebouwen zag men dat er feest was, neen, op ieders gelaat blonk de feestvreugde. Jong en oud sprak over het behaalde succes, en ieder deelde in de algemene opgewondenheid. Tegen de avond kwam de Fanfare “Volharding” van Budel om ons gezelschap geluk te wensen. Onder vrolijke muziek trok men gezamenlijk naar de President den Heer F. Delhaise. Gloedvolle redevoeringen werden er gewisseld tussen de Heren Presidenten van beide verenigingen, daarbij elkaar aanwakkerend op de ingeslagen weg te blijven voortgaan en steeds te streven naar hoger.

Na een tocht door het dorp werd plaats genomen voor de Cantine. Wederom werd het woord gevoerd door Presidenten, Directeuren en andere leden der muziekgezelschappen en geheel den avond heerste er een uitgelaten vreugde. Groot en klein, oud en jong, danste en sprong rond het helder verlichte en prachtig versierde kiosk. Telegrammen en brieven van gelukwensen stroomden aan en werden door de Heer Directeur der feestvierende vereniging voorgelezen. Onnodig te zeggen dat deze telkens met stormachtig bravogeroep beantwoord werden. Tot laat duurde deze feestvreugde en deze zal lang in het geheugen van de Dorpleinse bewoners blijven voortleven.

* Op Zondag 10 Augustus 1907 werd het eerste ”Groot Internationaal Festival” te Dorplein gehouden.

* 22 Juni 1908 behaalde “Les Echos” te Heerlen de 1e prijs in de derde afdeling met gouden medaille. Het corps bestond toen uit 48 werkende leden.

*Op 23 augustus 1908 kreeg de Harmonie haar prachtig vaandel, dat werd geschonken door de twee Ere-Voorzitters, de Heren Luciën en Emile Dor. Deze feestelijkheden gingen gepaard met een grandioos Festival waaraan 12 gezelschappen deelnamen.

* Op 7 augustus 1910 werden grote volksfeesten gehouden bij gelegenheid van het 10-jarig bestaan der Harmonie. Er waren meer dan 2000 personen op het terrein geweest.

Echos 4

Het zou te ver voeren om alle activiteiten te benoemen, maar uit de vastgelegde informatie blijkt duidelijk welke belangrijke rol Harmonie “Les Echos” speelde in de gemeenschap van Dorplein en haar omgeving.

Op 1 januari 1911 bestond de vereniging uit de volgende personen:
Bestuur:
Voorzitter: Dhr. F. Delhaise (vader van Hubert)
Vicevoorzitter: Alfons Leplat
Directeur: W.Schulpen
Onderdirecteur: J. Beunen
Secretaris: J. Vermeulen
Penningmeester: G. Walthoff
Comm. Materialen: G. Elias
Regisseur: A. Brugmans
Spelende leden:
Piet Brugman, Jozef van Meyl, Mathieu Moors, Jozef Mondelaars, Aime Elias, Willem Kuypers, Pierre Moors, Willem Lemmens, Bernard Ulings, Leo Bouwels, Karel Brouns, Michel Sools, Fernand Elias, Henri Nouwen, Bernhard Moor, Andries Peeters, Jan Lemmens, Guillaume Stollman, Alfons Stollman, Hubert Brouns, Gustave Leplat, Frans Bergs, Martinus Peeters en Mathieu Broens.
Aspirant leden:
Mathieu Sools, Jules Elias, Emanuel Coenegracht, Mathieu Boelen, Florion Thirion, Mathieu Nouwen, Gerard Broers, Andre Elias, Gerard Lemmens, Jan Nouwen, Gerard Biessen, Adriaan Broers, Adriaan Theunissen, Maurice Thirion, Francois Stollman, Leo Lemmens, Leonard Biessen, Henri Thans, Renier Theelen, Pierre Bouwels, Alphons Elias en Leo Peeters.

5 Februari 1911: Concert en Toneel in de zaal der Cantine. Toneelstuk: “De Pauselijke Zouaaf”

Augustus 1911: Grote vliegdemonstratie te Dorplein. De Harmonie luisterde deze feesten op met vrolijke muziek.

Op 1 november 1911 was de ledenlijst aangegroeid.
Spelende leden
Mathieu Boelen, Leo Lemmens, Mathieu Tielen, Jac Fransen, Theo Venken en Pierre Lemmens.
Aspirant leden:
Mathieu Bouwels, Gerard Hompes, Antoon Hullen, Jan Moors, Hendrik Sentjens, Leonard Stollman, Jacob Teelen, Huub Vermeylen en Mathieu Walthoff Cox


De vereniging bestond hiermede uit 67 werkende leden. Eind oktober 1912 was dat aantal alweer uitgegroeid tot 83. In juli van datzelfde jaar ging de Harmonie op concours in Thorn, waar ze een 1e prijs in de 2e afdeling behaalden met de directeursprijs en de beker van de burgemeester.
Op 5 augustus werd wederom een groot Festival gehouden in Dorplein.
17 Augustus 1913 ging de Harmonie een muzikaal bezoek brengen aan de Zinkfabriek te Roothem, van Emile Dor.
22 Augustus 1914 werd een serenade gebracht aan de Ere-voorzitter Luciën Dor en zijn vrouw bij gelegenheid van hun 25 jarig Huwelijksfeest. Zij woonden, tezamen met hun kinderen in Weert, in het latere “Juliana –Hotel”.

Van 14 augustus 1914 tot en met 2 maart 1918 heeft “Les Echos de Dorplein” een geforceerde rustpauze gekend. Dit vanwege de oorlog.
In die tijd is directeur W. Schulpen vertrokken en werd hij vervangen door het nieuwe hoofd der school; Dhr. S. van Helvert. Ook treed in deze periode Voorzitter F. Delhaise af en wordt vervangen door de Heer J. Beunen.

26 Juni 1920 gaat de Harmonie weer met frisse moed op concours te Weert met 48 spelende leden: 2e prijs, afdeling uitmuntendheid. Er volgt een groeiperiode, en zij behalen in mei 1923 tijdens een concours te Weert een eerste prijs in de hoogste Eere-afdeling, met een medaille van Hare Majesteit de Koningin.

Echos 5

Uit de notulen blijkt dat in deze periode ook grote successen behaald werden tijdens solistenconcoursen. Meer dan 70 % van de grote delegatie Dorpleinse deelnemers behaalde een eerste prijs. 17 April 1927 werd een serenade gebracht bij Neomist Ceyssens, i.v.m. zijn priesterwijding. Deze woonde bij de grensovergang naar Lozen.

28 Juli 1929; Concours te Heeze: Voor de volwassen leden: Ere afdeling 1e prijs met 221 punten. Voor de jeugdigen: 1e prijs met lof van de jury, 270,5 punt. Deze 2 prijzen brachten tezamen 491 punten op, doch als men die dag het aantal potten bier had geteld overtrof dat ruimschoots het aantal behaalde punten. Daarvoor ontving men nog extra lof van de jury. Er volgen hierna vele optredens, solistenconcoursen en concoursbezoeken, met successen die behoren tot de landelijke top, zowel in Nederland als in België.

Echos 6

31 Juli en 1 augustus 1938 ging de hele club op plezierreis naar Luxemburg. In 1938 werd voor de tweede maal wegens mobilisatie en oorlog de vereniging op non-actief gesteld. Echter, op 1 april 1945 werden de leden weer bijeen geroepen . Dhr. Janssen, hoofd der school en koorleider te Dorplein werd benoemd tot directeur. Het bestuur werd als volgt samengesteld:
Voorzitter: G. Leplat
Vice-voorzitter: L. Teyssen
Secretaris: Ch. Brouns
Penningmeester: M. Walthoff
Commissarissen: J. Verhaak, L. Dermine, A. Schets, A. Bongaerts en L. Thirion.
Het bleek zeer moeilijk om een goede start te realiseren, daar vele muzikanten de ambitie verloren hadden of niet meer in de buurt woonachtig waren. Na een jaar van vele opofferingen voelde de Heer Janssen zich gedwongen om zijn ontslag aan te bieden, mede door het overmatig veel werk in zijn functie als hoofd der school. Ook treden de voorzitter en secretaris af en worden vervangen door Dr. Ir. Koopmans en P. Lemmens. De nieuwe directeur vindt men in de persoon van J. Claessens.

3 Augustus 1947 gaat de Harmonie op concours in Maastricht. Zij behaalden in de afd. uitmuntendheid een 1e prijs met 222 punten met de directeursprijs. En voor het hoogste aantal punten ontvingen zij de Ere-medaille van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana.
22 Mei 1948: concours te Grevenbricht. Zij behaalden een eerste prijs in de Ere-afdeling  Er vindt in het bestuur een wisseling van de wacht plaats. Als voorzitter werd Dhr. Ir. Hoyer benoemd tot voorzitter. (1949) De vereniging bestond tijdens het gouden jubileum in 1950 uit 50 spelende leden, die bruisten van enthousiasme en competitiedrang.

Echos 7

Naast de ruim uitgemeten officiële festiviteiten werd op 8 juni een internationaal festival georganiseerd. Op 10-11-17 en 18 juni vonden avondconcerten plaats. Een schitterende week in de historie van “Les Echos de Dorplein”, waarover nog lang gesproken werd in Dorplein en Omgeving.
In 1951 werd in de “Cantine”, de ontspanningszaal omgetoverd tot een echt theater, dat mede door zijn unieke akoestiek, jarenlang een pronkstuk is geweest voor de hele omgeving.

Uiteraard speelde in 1953 de Harmonie een grote partij bij de officiële ingebruikname van de nieuwe Kerk in Dorplein.

Kerk 2
Overbrenging van "het allerheiligst" van fabriekskapel naar de kerk

In april van dat jaar vond er in het fonkelnieuwe Theater een concert- en toneelvoorstelling plaats door “Les Echos”en “Toneelvereniging Dorplein”. Opgevoerd werd de komedie “Ezelsvel”.  Op 7 juni 1954 werd in Baarn in de Ere-afdeling de eerste prijs met het hoogste aantal punten gehaald, inclusief de ereprijs.  Een periode dat de muzikale prestaties van de Harmonie van Dorplein een grote bekendheid genoot, groter dan de Zinkfabriek in Dorplein.

Echos 8

In 1955 moest, om op peil te blijven, fors geïnvesteerd worden. Het instrumentarium moest ingrijpend vernieuwd worden. Maar ook nu bood de fabriek uitkomst via een extra eenmalige subsidie, zodat onder Leiding van Tieske Biessen gestart kon worden met de opleiding van nieuwe muzikanten.

(Er bestaat nog een anekdote over Tieske: In de latere jaren was Tieske Biessen ook tamboer-maître in Dorplein. Buiten zijn uitgesproken muzikale talenten was hij ook een trouwe cafébezoeker. Als de Harmonie over de straat trok had hij de vaste gewoonte om met zijn stok in de richting van de cafés’s te wijzen die nog geld van hem tegoed hadden. Dit tot grote hilariteit van de muzikanten).

Op 3 juli 1955 werd te Veghel op het Bondsconcours in de Ere-afdeling wederom de eerst prijs behaald met het hoogste aantal punten, met lof en promotie naar de Superieure afdeling. Naar aanleiding van dit succes werd de Harmonie uitgenodigd om in Kaiserspark te Mönchen-Gladbach een gala-concert te geven. De Duitse “Westdeutsche Zeitung” schreef hierover o.a.: “Een bewonderenswaardig blaasensemble, dat in zijn houtinstrumenten zijn meest sprekende kwaliteiten bezit.

Op de Kampioenswedstrijd te Leiden op 13 november 1955 won “Les Echos” in de Ere-afdeling met het hoogste aantal punten de “Witte Wimpel” en lof van de jury.

Ook gaf de Harmonie op 31 december van dat jaar een schitterend oudejaarsconcert voor de KRO-radio. Op zondag 27 mei en zondag 3 juli 1956 organiseerde de Harmonie een groot federatief concours in de tuin van de “Witte Villa” onder auspiciën van de R.K. Bond van Harmonie en Fanfare gezelschappen in het Bisdom ’s-Hertogenbosch. Hieraan namen 23 korpsen deel.
Op 24 juni 1956 nam de Harmonie deel aan het Superieure Brabantse “Wimpelconcours” te Oosterhout. Dorplein moest het echter afleggen tegen “Concordia” uit Loon op Zand.  Ondanks deze tegenvaller werd op 29 Juli d.o.v. deel genomen aan het R.K. Federatief concours te Vught en behaalden ze in de superieure afdeling een eerste prijs.

Langzaamaan begon de leeftijd van vele leden zijn tol te eisen. Ook verliet een aantal goede muzikanten de vereniging. Op 15-7-1958 was beschermheer André Dor 25 jaar directeur van de Zinkfabriek en werd hij de eerste ereburger van Budel. Er werd 2 dagen gefeest, uiteraard met de nodige muzikale omlijsting door de plaatselijke Harmonie.


20 Juli 1958 haalde Les Echos op het Bondsconcours te Elsloo in de superieure afdeling de eerste prijs met 309 punten. Dit ondanks de minimale bezetting. Directeur Claessens zei:”Er zal aanvulling moeten komen, willen wij ons handhaven in de top”. In 1959 verlaten 2 voortreffelijke bestuursleden de vereniging, Dhr. Hoyer als voorzitter en Dhr. Walthoff als penningmeester. Voor hun grote verdiensten worden ze benoemd tot erelid. Louis Teyssen nam het tijdelijke voorzitterschap op zich.

Vanaf 1959 ontstaan nogal wat problemen in de vereniging. Het jaar daarop wordt zelfs gedacht aan liquidatie. Op de jaarvergadering stapten diverse bestuursleden op, waaronder de wn.voorzitter. Harrie van Deurzen werd de nieuwe waarnemend voorzitter. Dhr. Ir. Jo Frings werd aangezocht als nieuwe voorzitter, waarbij ook andere nieuwe bestuursleden toetraden.


Hiermede ontstond een nieuwe periode waarin veel aandacht geschonken werd aan het opleiden van jeugdige muzikanten. Via de inmiddels opgerichte Weerter Muziekschool , met een dependance in Dorplein, werd gestart met het opleiden van nieuwe leerlingen. Dit onder leiding van Toon Janssen, leerling van dirigent H. Claessens, die tevens docent was aan de muziekschool. Deze doelstelling bracht wel veel financiële consequenties met zich mee, maar doordat de voorzitter dicht bij de schatkist van “De Zink” zat veroorzaakte dat ook nu weer geen onoverkomelijke problemen. Daarnaast hadden we in de persoon van Harrie Sools een voortreffelijke penningmeester.

In 1961 werd afscheid genomen van dirigent Claessens, omdat hij directeur van de muziekschool in Weert werd. Aan hem had de vereniging veel te danken, en bij zijn afscheid werd hij dan ook benoemd tot erelid. Zijn leerling A.Janssen uit Weert werd tot zijn opvolger benoemd.
Op 22 juli van dat jaar ging hij, met veel jeugdige muzikanten, op concours in Cuyk. In de eerste afdeling behaalden zij de eerste prijs met promotie. Ook werden zij in dat jaar kampioen in die afdeling en ontvingen de gele wimpel. In de jaren daarna werden in de afdeling uitmuntendheid diverse prijzen veroverd.
Op zondag 20 januari 1963 won “Les Echos de Dorplein” de z.g. wimpel van de R.K. Bossche Bond te Boxtel en werd o.a. E.M.M. uit Budel verslagen.

In 1965 werd het korps door een royale gift van de KZM geüniformeerd en kon men van nu af aan representatief naar buiten treden.  Gedurende de eerste 65 jaar van “Les Echos de Dorplein” was de Harmonie een echte mannenclub. Voor die tijd konden alleen jongens bij het jeugdkorps. Van meisjes werd verwacht dat ze het huishouden leerden en bij de zusters in de kantine naailes namen. Ze moesten voorbereid worden op het moederschap. De eerste meisjes die meespeelden in de Harmonie waren Monique Frings en Mien Coenegracht. Wat een verschil met nu. Nu zijn de vrouwen royaal vertegenwoordigd en hebben ook zitting in het bestuur, iets wat vroeger ondenkbaar was.
In 1967 bestond de zinkfabriek 75 jaar. De Harmonie speelde een belangrijke rol tijdens deze uitbundige feestweek.

Op 23-1-1968 werd een prachtig concert gegeven door het Budels Gemengd Koor in samenwerking met Les Echos de Dorplein. 14-3-1969 Werd deelgenomen aan het KRO-concours, waar na een succesvolle voorronde onze Harmonie zich als zevende wist te plaatsen in de rij van 14 finalisten te Oss.

In september 1969 werd aan de muziekschool in Dorplein gestart met de AMV (Agemeen Muzikale Vorming), gegeven door directeur Janssen, tevens leraar van de muziekschool te Weert. Hiervoor gaven zich 35 leerlingen op. Op het eerste kringfestival behaalde “Les Echos de Dorplein”de “Everhard Winters trofee” . De Bossche Bond nodigde “Les Echos” uit om deel te nemen aan de landskampioenschappen van de R.K. Federatie in de afdeling Uitmuntendheid. In Oss werd een uitstekende indruk achtergelaten, een derde plaats en een eerste prijs.

Op 11 juni 1972 volgde een eerste prijs en promotie naar de Ere-afdeling op het concours te Wanroy.
Op 13 april werd afscheid genomen van Directeur A. Janssen wegens benoeming tot adjunct-directeur van de muziekschool te Weert. Hij heeft veel gedaan voor de opleiding van nieuw bloed in de vereniging en kon met trots de leiding overdragen aan Leo van de Ven uit Valkenswaard. Het eerste concert onder zijn leiding vond plaats op 16 juni 1973 op “het Steen” bij de haven van Antwerpen. Ik denk dat Leo een goede indruk heeft meegekregen van zijn ploeg. Het was een geweldige feestdag met veel dans en drank. Na afloop bleek het een gigantische klus om iedereen weer in de bus te krijgen, maar na een kwartier hoorde je alleen maar gesnurk.

Laten we eens terug kijken naar een willekeurige repetitieavond in deze periode: Op vrijdag 7 uur s’avonds begint de repetitie voor de nieuwelingen op het podium van de filmzaal in de Kantine. (Achter het podium was aan een kant ruimte beschikbaar voor de Harmonie-materialen en aan de andere kant was de ruimte die door Jonny Hoes was gebruikt als opnamestudio). De gevorderden beginnen om 8 uur. Het is steevast een opgave voor de dirigent om enigszins de discipline in de groep te houden. Deze storende factor kost vaak veel tijd. Om 9 uur even pauze met een drankje. Met veel aandrang zit de menigte na een “stief kwartierke” weer op zijn stoel en gaat de repetitie door tot meestal kwart over 10. Dan begint de “na-repetitie”. De grootste menigte gaat na het opruimen richting huis. Maar er is een vaste groep plakkers. Zo’n 25 personen nemen plaats aan een tafel om te bakkeleien, te kaarten, bestuurlijk te overleggen en te bekvechten. Koos en Gerrie zorgen voor de drankjes. De jukebox speelt Una Paloma Blanca, Manuela of soortgelijke muziek uit die periode. Daarnaast is er meestal een vaste club klanten in het openbare cafe “de Kantine”, die het blijkbaar wel gezellig vinden om samen met de harmonieleden deze avond door te brengen. Er wordt nog wat, en nog wat gedronken en wat gedanst op zwoele muziek tot tegen de klok van 12. Dan zijn er ook altijd wel enkelen die het nog te vroeg vinden om huiswaarts te keren. Nog even doorzakken bij Jan van Kessel, de Toeter op Schoot, Savanna aan het kanaal bij Bocholt, Beeverbeek. 

De vaste repetitie op vrijdagavond is regelmatig een twistpunt geweest. Vooral de middelbare scholieren kwamen tijdens de jaarvergadering vaak met de vraag om deze avond te verzetten naar een andere dag of ander tijdstip. Het is echter altijd op vrijdagavond gebleven omdat de meerderheid hier uiteindelijk toch weer voor koos. Het resultaat was wel dat dit nogal eens leden kostte. Het was trouwens toch al lastig om de opgroeiende jeugd bij de vereniging te houden. Er werd heel veel in geïnvesteerd en dat leverde lang niet altijd de vruchten op die men er van mocht verwachten. Maar…. de investering ging in de wijde wereld niet verloren. Dat was dan weer een (schrale) troost.

De viering van het 75 jarig bestaan van de vereniging vond plaats op 7-8 en 9 november 1975, met o.a. een feestavond, receptie en jubileumconcert met medewerking van het Budels Gemengd Koor en de Koninklijke Harmonie “Uitspanning na arbeid” uit Valkenswaard. Op de feestavond werd Jan van Gils gehuldigd voor zijn 60-jarig lidmaatschap.

Hier beëindigen we het historisch overzicht van Harmonie “Les Echos de Dorplein”, ongeveer tegelijk met het Historisch overzicht van “De Zink, 1892-1973”. ……… De Harmonie van Dorplein bestaat, net zoals “De Zink”, nog steeds.

Echos 9


Uit “Les Echos de Dorplein” is in de jaren van haar bestaan door enthousiaste leden ook nog het Tamboercorps en de Boerenkapel opgericht. Hierbij een kort verslag……….

Tamboercorps
In 1947 werd gestart onder leiding van Tinus Brouns, met als doel, ondersteuning van de Harmonie en andere plaatselijke verenigingen. Tinus zien we al als tamboer met de kleine trom op een foto uit 1927.
In 1954 werd Dhr. J.A. Ruskens , instructeur van de “Limburgse Jagers”, belast met de opleiding van de tamboers. In 1958 werd voor het eerst deelgenomen aan een R.K. Federatief concours. Er werd een tweede prijs behaald.

In 1964 promoveerde het corps naar de eerste afdeling. We mogen de inspanningen van Jan Ariaens hierbij zeker niet vergeten, die zich al die jaren met hart en ziel heeft ingezet voor de belangen van het tamboercorps. 

Ruskens werd in 1966 als instructeur opgevolgd door Carel Vereyken uit Heeze. Onder zijn bezielende leiding werden diverse successen behaald.

In 1967 werd de afdeling Uitmuntendheid bereikt en in 1969 de Ere-afdeling. De opmars bleek niet te stuiten.I
In 1970 en 1972 werd wederom het hoogste doel bereikt, met lof van de jury. Op 14 en 15 oktober 1972 werd bij gelegenheid van het 25 jarig bestaan een groot Federatief drumbandconcours gehouden te Dorplein, waaraan 41 korpsen deelnamen.
In 1974 werden de prestaties van het tamboercorps bekroond met het behalen van het kampioenschap van De Bossche Bond in de hoogste Superieure afdeling, en deelname aan het landskampioenschap te Kerkrade in 1975, waar zij een goede tweede plaats wisten te veroveren (zilver). Dit was voor insiders het hoogtepunt van het Tamboercorps “Les Echos de Dorplein”.

Echos 11

Boerenkapel
Het past ook zeker om terug te blikken op nog een gezelschap dat is ontsproten uit de Harmonie, namelijk de boerenkapel “De Heikneuters”.

In 1948, en tijd van muzikale hoogconjunctuur stak een aantal leden van “Les Echos” de koppen bij elkaar en met volle instemming van het bestuur kwam het tot de oprichting van een boerenblaaskapel. Als naam werd gekozen voor “De Heikneuters”. “De Hei” was namelijk jarenlang de bijnaam voor Dorplein. Onder de bezielende leiding van Harrie van Deurzen en muzikaal geïnstrueerd door Cor van Gils groeide de groep uit tot een populair en veel gevraagd gezelschap in Budel en omgeving. Bij alle mogelijke festiviteiten, carnavalszittingen, optochten en jubilea zijn de Heikneuters geziene gasten, die borg staan voor de nodige stemming.
In 1974 vierden ze hun 25 jarig bestaan en de Heren Harrie van Deurzen, Tinus Brouns, John Gudders en André Sools hun 25 jarig lidmaatschap. 


Echos 10

Deze informatie bestaat uit een verzameling van documenten:
Jubileaboekjes van Harmonie “Les Echos de Dorplein”.
AA-Kroniek: Heemkundekring Budel en Cranendonck
“De Lingot”
Krantenknipsels 
Het Boek “Budel en Cranendonck” van S.H. Winkelmolen
Samenstelling en aanvulling: Jac Duis / 1 oktober 2010

Het Caucasus avontuur

Het Russische Caucasus avontuur

Op 23 december 1895 schreef Lucien Dor in zijn dagboek;  “Ik vertrek naar de Caucasus om er op verzoek van de Heren Frésart en Filkovitch de mijnen van Alagir te bezichtigen”

Caucasus 1


In Berlijn ging hij, samen met de daar ondertussen aangekomen François Sépulchre naar de nachtmis en op Kerstdag namen zij de trein naar Moskou.. "De treinen zijn goed verwarmd en zeer comfortabel en op de stations vindt men buffets met kaviaarboterhammen en heerlijke wodka," kon men ook lezen ! De twee Russische industriëlen hadden problemen met hun mijn en hoopten dat het dynamisch drietal van de "Zincs de la Campine" hen konden helpen. Na enkele werkbezoeken van Lucien en Emile Dor en van François Sépulchre werd op 9 november 1896 in Hotel de l'Europe te St Petersburg, de Société d'Alagir gesticht. Het Belgisch drietal kreeg de leiding van de mijn.

Caucasus 2


De twee jonge (resp.34 en 33 jaar !) gebroeders Dor verveelden zich blijkbaar in de goed draaiende fabriek in Budel en hadden de tijd om afwisselend drie à vier keer per jaar een aantal weken bij de mijn te vertoeven. Zo vertrekt Lucien op 10 juni 1898 met vrouw, vijf kinderen ,een kinderjuffrouw en een dienstmeisje naar de mijn en komen zij pas in december terug!

Caucasus 3


Bijgestaan door een aantal Belgische ingenieurs en specialisten van de KZM, werd de erts- behandeling verbeterd en een dam met een hydro-elektrische centrale gebouwd.
Op 1 juni 1899 schreef Lucien : "Na vele problemen met de waterleidingen is alles gereed en geef ik de Centrale opdracht de stroom op het net te zetten.

Caucasus 4

"Wat een ontroerend moment toen alle lampen in de fabriek en in de vallei begonnen te branden! De Osceten en voorbij komende kameeldrijvers konden hun ogen niet geloven."
Begin 1900 beslist de Directie de ertsverwerking fors uit te breiden. Lucien is er tegen, de rest vóór. De resultaten van de mijn blijven echter nog steeds teleurstellend en in februari 1902 verlaat het drietal het project en komt het Caucasus avontuur ten einde...

Baron van Voorst tot Voorst

Bezoek van de Commissaris der Koningin

De Commissaris van de Koningin bezocht bij regelmaat de verschillende dorpen en steden in zijn provincie. Zo ook Baron van Voorst tot Voorst in de Provincie Noord-Brabant. De bezoeken en zijn notities lopen van 1897 t/m 1928. Onderstaande notities hebben betrekking op bezoek aan de Kempensche Zinkmaatschappij te Budel-Dorplein.

Voorst tot Voorst 2

Achttien Augustus 1897 bezocht ik deze gemeente; ik kwam des ochtends te 6.55 u. van Roermond aan het Station te Budel. Ik had van tevoren aan de burgemeester van Budel geschreven, dat ik gaarne de zinkfabriek zou bezoeken;
ik vond aan het station de beide directeuren van de fabriek (de gebroeders Dor); zij wachtten mij met een klein locomotiefje op, waarachter twee wagens, een open en een dichte wagen, waren gekoppeld. Op de open wagen (versiert) namen we plaats en reden we naar de fabriek.

- Op het terrein van de fabriek ligt circa 12 km. tramspoor; de fabriek ligt op een terrein van ongeveer 800 hectaren; aan de eene zijde ligt de trein Roermond – Antwerpen, aan de andere zijde de Z.Willemsvaart.

- Per spoor wordt weinig ontvangen en weinig verzonden; de spoorwijdte is dan ook zeer nauw; wat per tram van de fabriek naar het station te Budel wordt vervoerd, moet daar worden overgeladen; de spoorwijdte tussen de spoorrails en de tramrails is niet dezelfde, zodat de wagons niet van het station tot de fabriek kunnen doorloopen.
Het groote vervoer geschiedt langs de Z.Willemsvaart; daar heeft de fabriek een haven gemaakt, groot genoeg om 10 groote ijzeren schepen te bergen; een brug over de invaart van de haven verbindt de verbroken gemeenschap langs die zijde van de Z.W.vaart. Per schip worden de ertsen en steenkolen aangevoerd; een groote kraan dient daar om de schepen te lossen; 4000 pond kan tegelijk opgevoerd worden. -Jaarlijks heeft de fabriek ongeveer 4000 wagonladingen van 10.000K.G. steenkool noodig.

- In zoo’n groot ijzeren schip, dat juist lag te lossen, worden circa 30 wagonladingen steenkool geborgen, zoodat zulks voldoende was voor de behoefte van ongeveer 3 dagen. Per tram wordt alles van de haven naar de fabriek vervoerd.

- Eén der twee directeuren woont te Weert; de andere woont in eene villa op het fabrieksterrein; een villa van een ingenieur was nog in aanbouw.
Eveneens was in aanbouw een tehuis voor circa 200 ongehuwde werklieden, die daar, onder leiding van geestelijke zusters en van eene rector zullen vinden, wat zij aan voeding, ligging enz. door de week noodig zullen hebben; een kapel moet nog gebouwd worden; daarvoor was het dit jaar te laat. Een twintigtal woningen voor gehuwde werklieden, alle op zich zelf staande, elk met een stuk grond, waren dit jaar gebouwd; het voornemen bestaat, om daarmede voort te gaan, en op den duur al het werkvolk op het eigen terrein te huisvesten.
Daar moet dan eene afzonderlijke parochie komen; thans wordt in den geestelijken nood voorzien door een priester uit Weert, die des Zondags tweemaal komt lezen en des Zaterdags komt biecht hooren.
Op verzoek van de directeuren had Monseigneur allen, die op de terreinen van de fabriek werkzaam waren, gedispenseerd van alle vasten en onthoudingswetten, zelfs van den Goeden Vrijdag, en zulks voor allen, zoowel voor de werklieden als voor hunne gezinnen.

-Toen ik op het terrein van de fabriek kwam, stapte ik eerst af aan de woning van den Directeur, daar vond ik een keurig ontbijt klaar staan, waarvan ik echter geen gebruik maakte;

- Vervolgens gingen we naar de haven aan de Z.W.vaart, waar ik het laden en lossen der schepen zag; vervolgens gingen we naar de fabriek, en werd mij daar getoond, hoe uit het erts zink wordt gehaald; de ertsen bevatten circa 60% zink,12% lood, verder nog wat zilver; op deze fabriek wordt alleen het zink uit de ertsen gehaald; om het lood en het zilver er uit te halen, wordt het restant naar andere fabrieken gezonden.

- Het geheele, zeer talrijke personeel werd mij voorgesteld. Ik kreeg van het geheel den indruk, dat er op de fabriek veel voor het werkvolk (circa 600 man) werd gedaan.
In Budel klaagt men echter dat men geen boerenknechts of arbeiders meer kan krijgen; alles loopt naar de fabriek; er worden goede loonen verdiend, maar daar wordt, over het algemeen genomen, het volk niet rijker van; er wordt circa 500.000 frcs. arbeidsloon s’jaars uitgekeerd.

- Om circa 7,5 uur aan de fabriek gekomen, brachten de directeuren mij met hun tram te omstreeks 9,5 uur weer terug naar het station te Budel.
Daar vond ik muziek, een eerewacht enz. enz. In optocht ging het naar het gemeentehuis. Daar vond ik B. & W., met wie ik lang zat te praten, vooral over de fabriek, de gemeente had circa 500 H.A. heide aan de fabriek verkocht tegen 80 frcs.; had men geweten, hoeveel moeite de fabriek had gedaan om een geschikt terrein te vinden, dan had men veel meer kunnen bedingen, maar met 80 frcs. was het terrein toch zeer duur betaald. 
(PS: 80 B.frcs. ; gelijk aan 35 gulden)

Voorst tot Voorst 1
Mr. A.E.J. van Voorts tot Voorst

De Commissaris der Koningin Brabant Baron van Voorst tot Voorst kwam 17 mei 1902 naar de gemeente Cranendonck.

Maarheeze:
“Ik verneem bittere klachten over den invloed van den fabriek te Budel op de arbeiders in Maarheeze. Er heerscht nu gebrek aan werkvolk in de gemeente. Het dagloon is ’s winters f. 0,40 , ’s zomers f. 0,70 met de kost. Er zijn geen arbeiders meer te krijgen. De loonen van knechts en meiden zijn laag; maar men mag niet de minste aanmerking maken, of de knechts lopen weg, en gaan naar de “heide” = de fabriek te Budel, waar men altijd volk tekort komt, en dus zeker wordt aangenomen. Het werk van den knecht, en dat van de meid is streng afgebakend: bv. de knecht moet aardappelen uitsteken, en de meid moet ze rapen. Zou een boer aan den knecht vragen om mede aardappels te rapen, dan loopt den knecht uit zijn dienst weg. De zelven gaan dan werken in Budel ( 2 uur afstand ) en rijden op een fiets heen en weer. De menschen hebben in Budel afmattend werk, ze staan voor de heete ovens, doch werken niet lang, nl. van 6 tot 11 uur, ze verdienen dan 2 frcs. De boeren betalen beter; maar het werk op de boerderij duurt langer, en de knecht heeft minder vrijheid. Zij die naar Budel gaan werken, komen onderweg langs veele kroegen en leren alle drinken.

Soerendonk:
Men vervloekt de fabriek te Budel, die is de ondergang van Soerendonk; er zijn thans nog slechts 6 boeren die te maaien hebben. De boerenzoons gaan liever op de “heide” werken; men legt zich niet meer op de boerderij toe; het land wordt verwaarloosd; de boerderijen vervallen. De menschen verliezen hun eenvoud; ze leeren drinken en uithuizig zijn. Door de fabriek lijden de boeren dus veel; den arbeiders gaat het vrij wel, zolang ze te Budel werken kunnen.

Budel:
B. en W. delen mij mede, dat de winkels in Budel niet veel profiteeren van de zinkfabriek; aan de fabriek, in de cantine, kan men letterlijk alles kopen; wat daar niet te koop is haalt men uit Hamont.  Als het verblijf voor ongehuwden op de fabriek nog moest gebouwd worden, dan kwam het niet meer; de mensen willen er niet in. Terwijl er ruimte is voor 200 menschen, zijn er geen 50 in; de open ruimte is nu ingenomen door gehuwden arbeiders. Er zijn thans een 50 tal woningen gebouwd voor gehuwden. Er komt thans geen priester meer uit weert; de rector van de cantine doet Zondags vroeg (om 6 uur) eene H. Mis in een van de lokalen van de fabriek; de late H. Mis, benevens de diensten in de week worden door hem gedaan in de kapel aan de cantine. De fabriek werkt even druk als vroeger, maar maakt slechte zaken; in 1901 kon geen dividend worden uitgekeerd; de zink is zo goedkoop, terwijl de steenkolen; van welke men er zoo schrikkelijk veel nodig heeft, zeer duur waren. De fabrieken in Rusland zijn stop gezet; naar het heet, omdat er geen werkvolk te krijgen is.
De gebroeders Dor zijn thans voortdurend hier. Een neef, ook een Dor, een ingenieur, kwam nog hier als onderdirecteur van de fabriek.
De zinkfabriek werkt niet gunstig op den algemeenen toestand van Budel; men trouwt er als er maar een kamertje open is. Op den duur moet er veel armoede komen. Dat ondervond het armbestuur nu reeds; het heeft een tekort van f. 300,- en zal voor het eerst bij de gemeente moeten komen om eene subsidie.”
“Het jachtveld te Budel is niet veel waard, er wordt veel gestroopt, vooral door de zinkwerkers, die van 6 tot 11 uur werken ( de arbeiders van de kleine manoeuvres).”

“Op de zinkfabriek is een eigen school van de onderneming met ongeveer 40 kinderen en een hoofd der school, afkomstig uit Venray.”


17 mei 1902
B & W delen mij mede dat de winkels in Budel niet veel profiteren van de zinkfabriek; aan de fabriek, in de cantine, kan men letterlijk alles koopen, wat daar niet gekocht wordt haalt men uit Hamont.
Als het verblijf voor ongehuwden op de fabriek nog moest gebouwd worden, dan kwam het niet meer, de menschen willen er niet in. Terwijl er ruimte is voor 200 menschen, zijn er geen 50 in; de open ruimte is nu ingenomen door gehuwden arbeiders. Er zijn thans een 50 tal woningen gebouwd voor gehuwden.
Er komt thans geen priester meer uit Weert; de rector (van Neste) van de cantine doet zondags vroeg (om 6 uur) eene H. Mis in een van de localen van de fabriek, de late H. Mis, benevens de diensten in de week worden door hem gedaan in de kapel van de cantine.
De fabriek werkt even druk als vroeger, maar maakt slechte zaken; in 1901 kon geen dividend worden uitgekeerd; het zink is zoo goedkoop, terwijl de steenkolen, van welke men er zoo schrikkelijk veel noodig heeft, zeer duur waren.
De fabrieken in Rusland zijn stop gezet, naar het heet, omdat er geen werkvolk te krijgen is. De gebroeders Dor zijn thans voortdurend hier. Een neef, ook een Dor (Maurice), ingenieur, kwam nog hier als onderdirecteur van de fabriek.
De zinkfabriek werkt niet gunstig op den algemeenen toestand van Budel; men trouwt er als er maar een kamertje open is. Op den duur moet er veel armoede komen. Dat ondervond het armbestuur nu reeds; het heeft een tekort van f. 300,00 en zal voor het eerst bij de gemeente moeten komen om eene subsidie.
Het jachtveld te Budel is niet veel waard, er wordt veel gestroopt, vooral door de zinkwerkers, die van 6 – 11 uur werken ( de werkers van de kleine manoevres). De jacht brengt dan ook niet veel op.
Op de zinkfabriek zijn 2 eigen onbezoldigde rijksveldwachters, een voor den dagdienst en een als nachtwacht.
Op de zinkfabriek is ook een eigen school van de onderneming met circa 40 kinderen en een hoofd der school, afkomstig uit Venray.

10 april 1905
Den 10 april 1905 kwam ik weer in Budel. Per trein ging ik van Eindhoven naar Neerpelt, vandaar per trein naar Budel. Omtrent de zinkfabriek te Budel deelden B & W mede dat daar nu ongeveer 100 ongehuwden in de cantine behuisd waren, en daar door zes liefdezusters werden verpleegd; bovendien woonden daar de gezinnen van 4 gehuwden.

Op het terrein van de fabriek stonden nu 60 arbeiderswoningen. De zes zusters staan onder een rector; deze staat weer onder den pastoor van Budel. Toen Budel de heide aan de zinkfabriek verkocht maakte de gemeente de conditie dat voor het onderwijs der kinderen van de omwonenden vanwege de fabriek zou worden voorzien; vandaar dat de fabriek een school bouwde, waaraan thans twee onderwijzers verbonden zijn voor het onderwijs van 45 kinderen.

Het is onbekend of de fabriek goede zaken maakt, maar men veronderstelt van wel; want voortdurend worden de gebouwen enz. sterk uitgebreid; dit jaar zouden er 5 ovens gebouwd worden; iedere oven zou ongeveer een ton kosten.
Geneeskundige behandeling van het personeel op de zinkfabriek wordt door de directie betaald; voor een ongehuwde wordt f. 4,50 per jaar betaald; voor een gezin f. 9,00. Jaarlijks mogen de arbeiders kiezen door wie ze dat jaar willen behandeld worden, door dr. Feijen uit Hamont (tevens burgemeester van die plaats) of door dr. …. uit Weert. Wanneer zich te Budel een dokter wil vestigen, wil de directie van de zinkfabriek hem garanderen f. 900,00. De gemeente zou circa f. 500,00 willen geven.

Op de zinkfabriek gebeuren vele kleine ongelukken; de docter uit Hamont geeft veel te gemakkelijk bewijzen af van ongeschiktheid tot werken; daardoor wordt er veel getrokken van de Rijksverzekeringsbank, maar daardoor komt tevens de fabriek in een hooge klasse volgens de ongevallenwet te staan. Om die reden zou de directie der fabriek zoo gaarne zien dat er een docter zich in Budel vestigde.

13 november 1905
Geen bijzonderheden aangaande de Zinkfabriek en/of Dorplein.

7 mei 1909
Bij de zinkfabriek zijn thans 100 arbeiderswoningen gebouwd. Er wordt daar veel bier gebruikt, dat komt allemaal van de drie brouwers in Budel; de burgemeester is de voornaamste leverancier. Op de zinkfabriek worden niet meer zulke groote loonen betaald als weleer; er schijnt veel aanbod van werkkrachten te zijn. Twee doctoren uit Hamont (Feyen en Somers) en twee uit Weert (Peters en Franken) voorzien in de behoefte aan geneeskundige hulp.

10 maart 1913
Geen bijzonderheden aangaande de Zinkfabriek en/of Dorplein.

1 augustus 1918
De zinkfabriek werkt niet meer; verschaft aan al hare arbeiders werk, door grond te ontginnen. Honderd Hectaren zijn in cultuur; per H.A. kostte dat wel f. 1000,- Maar dat is prachtig werk Men werkt ten Westen van de fabriek, omdat de wind de schadelijke dampen meestal in Oostelijke richting drijft. Alle woningen staan eveneens aan de Westzijde, omdat de windrichting meestal van West naar Oost is. Aan de Oostzijde van de fabriek groeit binnen een afstand van drie kwartier absoluut niets. De gemeente Budel heeft daar 100 H.A. heidegrond liggen; zelfs de heide is gestorven; alles is weer wit zand geworden.  Er wordt nog veel gesmokkeld: garen, manufacturen, schoenen, zeep, kwatta en tabak.

15 mei 1922
Budel gaat in zielental sterk achteruit; de Belgen die zich in Budel tijdens de oorlog gevestigd hadden, keerden grootendeels naar België terug; er heerschte bovendien veel werkeloosheid, doordat de zinkfabriek niet werkte. In den laatsten tijd werd de werkeloosheid weer minder; de zinkfabriek, die het bedrijf had ingekrompen tot 2 ovens, breidde het uit tot 10 ovens. Er werken op het moment 500 man. Als de fabriek normaal werkt, zijn er 20 ovens in gebruik. Aan het bedrijf werd eene zinkpletterij toegevoegd. B. & W. beweerden dat in de laatste vergadering van aandeelhouders tegen het advies van de directeuren besloten was tot de uitkering van 13 % dividend. Volgens de directie was er geen dividend verdiend. Om de hooge belastingen hier te lande zijn de beide directeuren in België gaan wonen; de een in Brussel, de ander in de omgeving van Luik.

Dr. Vissers, een nog jonge man, is gemeente doctor; op Dorplein deelt hij de praktijk met Dr. Somers uit Hamont; aan de arbeiders van de fabriek zal ieder circa f. 3000,00 verdienen. Geen vroedvrouw; voor het waarnemen van de verloskundige praktijk krijgt Dr. Vissers f. 750 extra.

Electriciteit
Daaraan was Budel tot nu toe f 140.000,00 kwijt. Provisorium was werk van de Pnem; daarmede werd veel geld verloren. Thans betrekt men stroom van de zinkfabriek; de Pnem is er uit. Men betaald aan de fabriek f.0,20 per K.W.U. en verkoopt dat voor f. 0,70. De afname is niet groot.

( F. Kersten uit Sevenum; 1896 – 1899 ) (Bron: Winkelmolen)
( W. Schulpen eveneens uit Sevenum; 1899 – 1916 ) (Bron: Winkelmolen)
Bron: AA-kroniek: 2007-2 (bewerkt JD)

Waar de hooge schouwen staan op de vlakke hei

Van een onbekende auteur . . . . .

Schouwen 1

Er is in gansch ons Noordbrabantsche Kempenland maar één enkel plaatsje waar de eenzamen stille natuur van hare vlakke heidegronden als ’t ware herschapen is in een zoo drukke levende natuur van een voorspoedige nijverheid- en landbouwstreek en waar er voor gansch ons land zoo een vruchtbaar rijkdomtakske is ontsproten als wel te Dorplein.

Dorplein zoals men weet is een uitgestrekt gehucht van onze gemeente Budel, in de provincie N. Br. Het werd er gesticht en is tevens de eigendom van de maatschappij welke de naam draagt van N.V. “Des Zincs de la Campine” / N.V. “De Zink der Kempen”. Deze maatschappij welke zich ten jare 1892 bij onze gemeente kwam vestigen, deed op het door haar aangekochte grondgebied, het welk meestal uit zand- en heidegrond bestaat en zich uitstrekt over een paar duizend hectaren, weldra een bloeiende zinknijverheid op den grond op rijzen en veranderde alzoo deze voor hen zoo een vreemde dorre streek in een sterk toenemend nijverheidsgebied.

Daar waar eens het dorre heide bloempje bloeide, prijken nu die geweldige fabrieksgebouwen met hoog reikende schoorsteenen en met hun druk innerlijk leven, die aan menige lieden een veelbelovende en rijkelijk loonende kostwinning verschafte. Daar nu meest al deze lieden, bediende en arbeiders, van vreemde oorden waren toegestroomd, legde deze maatschappij om hen en hunne huisgenoten een bij de fabriek gelegen onderkomen en voortreffelijk onderhoud te verschaffen, een geheel modern en practisch ingerichte wijk aan. Deze wijk ontving de naam van Dorplein; naam die we te danken hebben aan de eerste en huidige bestuurders der zinkfabriek, en het is vooral over deze wijk dus, dus Dorplein, dat we het een en ander willen aanhalen.

Dorplein is aangeleid op het grondgebied dat in de volksmond den naam van “Looser Heide” of “Buldersche Hei” had gekregen en het is misschien ook wel om deze rede dat aan Dorplein nog wel eens de naam van de “Hei” wordt toegeschreven, alhoewel Dorplein met geene heide meer hoeft vergeleken te worden.

Alhoewel de zandgrond er is gebleven, toch heeft de dorre heideplant er de plaats moeten ruimen voor de nu zoo vruchtbaar bezaaide akkers, weilanden, kwee- en lusthoven, voor de schoone gebouwen, villa’s en werkmanswoningen, welke netjes en ordelijk gerangschikt langsheen kunstig aangelegde lanen en wandelwegen, en ook vooral voor het individueel levensbestaan der inwoners, waarover we verder ook eenige bijzonderheden aanhalen. Het aantal inwoners bedraagt er iets meer dan 600 en de uitgestrektheid van het bewoonde gedeelte iets van ongeveer 100 hectaren.

Het staat onder het burgerlijk bestuur der gemeente Budel, voor al wat de burgelijke belangen der inwoners aangaat. Voor hun persoonlijke en geestelijke belangen hebben zij, als geestelijke leider, een rector, die in zijn priesterlijk ambt nog door de Eerwaarde Zusters, welke in het cantine gebouw hun klooster en volkskapel hebben, ijverig wordt bijgestaan. Als jeugdleiders hebben ze nogmaals de Eerwaarde Zusters, Rector en tevens een paar daarvoor zeer intelligente inwoners. Voor het onderwijs heeft men 3 onderwijzers en 1 onderwijzeres die tevens voor de bewaarschool en voor een zeker meisjesvak door de Eerwaarde Zusters geholpen worden.

Voor hun persoonlijke veiligheid is er een door de fabriek en gemeente aangestelde wachter, die de wacht op de fabriek en in het dorp uitoefent, die er de ordedienst moet handhaven en die tevens het Dorpleinse gevang moet bewaken.

Voorts worden alle ambten der gemeenschap uitgeoefend door leden der fabriek fabriek daarvoor betaalde inwoners. Buiten de Eerwaarde Zusters en Rector en onderwijzers zijn dus alle inwoners leden van de fabriek, alhoewel alle leden der fabriek geen inwoners van Dorplein zijn.

Het dorp op zich beschouwd bestaat meestendeel uit villa’s, bediende- en arbeiderswoningen welke langsheen 7, met bomen beplante, straten gerangschikt staan, welke aan meer dan 100 huishoudens een degelijk onderkomen en een aangenaam verblijf verschaffen. Deze villa’s zijn alle gebouwen met een woning en bewoond door een bestuurslid of bediende; de andere woningen daarentegen zijn meestal complex-gebouwen met 2 of 4 woningen die bewoond zijn door bediende of arbeider. Al deze gebouwen hebben de eigenaardigste tranten (bouwtranten) die men zelden of nooit in andere fabriekswijken tegenkomt, doch die een stevige en ordelijke woning daarstellen. Daarbij zijn ze nog voorzien van waterleiding en electriciteit, sommige zelfs van centrale verwarming en telefonische verbinding met de fabriek, van luchtige en geriefelijke kamers, keukens en kleine bergplaatsen.

Kenmerkend is hier vooral dat iedere villa, ja iedere woning door een prachtige tuin of tuintje is begaafd, tuintjes welke op hunne beurt alle door een prachtige, doch in sommige gevallen niet onderhouden, haag en bij vele nog door een breede sloot van een mooie straat gescheiden zijn. Natuurlijk vindt men er onder die hofjes ook die reeds gansch onderkomen zijn, fout aan den inwoner of aan de slechte fabrieksgassen te wijden. Doch over het algemeen zijn deze echte sieraden en opluisteringen van het algemeene van het dorp. Voor het bewonen van deze huizen met alle geriefelijkheden betaald alleen den arbeider een kleine huur, doch de electriciteit moet om alle misbruik te voorkomen door al de gebruikers aan lage prijs betaald worden.

De bijzonderste gebouwen buiten de prachtige bediende en arbeiders woningen zijn: het cantinegebouw met daarbij behoorende land en boerderijen, kweek en lusthoven, de villa’s der bestuurders, de woning van de rector, de kapellen, de toekomstige kerk en pastorie, het schoolgebouw, het oude interneerings kamp en voor het publiek het kleine gevang. Laat ons nu voor ieder gebouw een klein woordje aanhalen.

Het Cantinegebouw dat bijna één hectaar groot is, is gebouwd uit grijs roode baksteen, ligt midden in het dorp, waarvan het dan ook de ziel uitmaakt en wordt bestuurt door de Eerwaarde Zusters. Het bevat alles wat zoo’n klein wereldje op zichzelf bevatten kan: een kloosterafdeeling, kapel, verkoopmagazijn, bewaar- en naaischool, jongens en meisjespatronaat, een gymnaszaal, ziekezalen, machinale bakkerij en wasscherij, groote keukens, een groote prachtige feestzaal met drankbuffet en hotelafdeling, een vijftien tal kamers met waschinrichting voor werklieden, electriciteit, waterleiding, centrale verwarming en daarbij zoals hooger vermeld modern ingerichte boerderijen enz.. Aan het hoofd van dit alles staat de Eerwaarde Moeder Overste die zich steeds met hare medezusters aan de zaak gansch heeft opgeofferd. Hier mag men vooral wel vermelden de Eerwaarde Zuster die reeds zoovele jaren met de grootste opoffering zich heeft bezig gehouden met de bewaarschool.
De bij de cantine behoorende boerderijen mogen wel van de modernste inrichtingen genoemd worden. Een ervan is bij de cantine zelf gelegen en telt meer dan 100 stuks vee, terwijl de andere welke tussen de groote velden en weilanden ligt, zelfs 150 stuks vee telt. Hun weilanden en akkerlanden hebben een gezamelijke uitgestrektheid van 60 hectaren en zijn de vrucht van jarelange ontginningsarbeid. Hare kweek- en lusthoven mogen met de meest vruchtbare en puik ingerichtte hoven mededingen om den prijs van velerlei opbrengst. Deze opbrengst dient voor eigen gebruik en in sommige gevallen worden ze de bewoner ten koop aangeboden, evenals de melk, boter en eieren welke van de boerderij afkomstig zijn.


De woning van de rector welke bij de Cantine gelegen is onderscheidt zich enkel van de andere woningen doordat er een priester woont en dat er benevens een dagbel ook een nachtbel aan de deur aanwezig is. Alhoewel Dorplein nu hare huizen zoo ordelijk gerangschikt langsheen rechte straten zal het voor een vreemdeling een vraagstukje zijn om zonder inlichtingen een der twee kapellen te gaan bezoeken en te bewonderen, want niets is er dat hun ligging aanduidt, niets dan de vensterramen. Een vraagje aan onze kleinste broekkeman en U zult de kapelle der cantine en deze der fabriek dra gevonden hebben en U zult verwonderd staan dat deze kapellen niet van verder op te merken waren en U zelve afvragen waarom men in plaats van deze twee prachtige kapellen niet een groote kerk bouwde. Doch keer terug naar Uw ventje van zoo juist en hij zal U zeggen dat men reeds de plaats, met het daarachter gelegen kerkhof, waar de kerk komen moet heeft uitgegraven en omringd van sierlijke dennen en dat men tevens een groot met dennen en sierhout omringd kerkplein met een voor bloemen bestemd park en zelfs de plaats der pastorij heeft aangelegd, doch dat het misschien nog veele jaren kan duren eer deze in gebruik zullen genomen worden.

Dan komen we aan het luisterijke, het meest met ware stijl begaafde gebouw, namelijk het schoolgebouw. Het bevat vier groote, langs bijbelichte en met centrale verwarming verhitte schoollokalen welke aan al de regels der gezondheidsmaatregelen beantwoord en met daarbij nog een der schoonste woningen der gansch het dorp waarin een der schoolmeesters zijn intrek genomen heeft. Het gansche gebouw gezien met zijn schoon voortuintje, zijn prachtig met boomen en struikgewas omringde en met twee schoone steenen bruggen van den weg gescheiden speelplaats, vormt dit het schoonste schoolgeheel van gansch het omliggende gebied.

Door het oude interneeringskamp verstaat men dan nog het kampgebouw waar gedurende de groote wereldoorlog Belgische geïnterneerden waren ingekwartierd op kosten der fabriek. De oorspronkelijke met houten schutting en sloot omringde afdelingen, twee in getal, dienen nu de eene voor een tien tal arbeiders woningen, de andere als pakzolder der granen en als bergplaats der landbouw machienen met al hun gereedschappen.

Een eindelijk om over de gebouwen te eindigen hebben we nog het kleine toch gelukkig weinig bezochte gevang waarvan we enkel kunnen aanduiden dat dit kleine gebouw door haar stevigheid denkelijk de bewoners veel afschuw inboezemt en alzoo veroorzaakt dat er zelden of nooit een kostganger wordt aangetroffen, wat we natuurlijk wel een waar wonder mogen noemen.

Hetgeen we verder nog aantreffen onder die hooge schouwen, welke als het ware op die eenzamen vlakke heide verscholen lagen, zijn onder andere een groot, wederom en zelf met een dubbele rij bomen omringd, feest terrein waar we een kioske aantreffen voor muziek gelegenheden met bijbehoorend tuindrankbuffet. Daarnevens de goed geoutilleerde speeltuin der jongenspatronaat. Voor het plein aan de andere zijde der straat geeft een breede brug toegang tot het met breed struikgewas omringde heilig Hartpark, waar we te midden van, jammerlijk kale doch groote ordelijk gerangschikte grasperken, het beeld van het H.Hart zien prijken. Verder door vinden we dan ook nog schoone en groote sportterreinen van het jongenspatronaat. Het wezen dan nog gezegd dat de sportterreinen der vroegeren voetbalclub en der schutterijclub, welke des ’s zondagsch druk bezocht worden, door hunne schoone ligging veel mogelijkheid tot gemeenschapplijk vertier bieden.

Gedateerd 1924, JD/ 29-01-2010

De badmeester

De Badmeester, G. Verheijden

Ik begon 8 mei 1906 op de K.Z.M. Hal 3 was in aanbouw. Ik hielp bij het uitzetten van een nieuwe ertsmengerij.

Ondertussen bouwden ze ook een grote badkamer. Dit lokaal was bestemd om de ovenmannen en andere werklieden een gelegenheid te geven zich na het werk te wassen en te verfrissen.

In september 1907 kwamen de heren Emile Dor en Rainchon op het werk. De laatste, de chef van de monteurs riep op mij:
”Kom jij eens hier! Zou jij niet in de badkamer willen beginnen? Maar…. weet wel wat je doet! Ga eerst maar eens kijken.”

Dat heb ik gedaan. De metselaars waren klaar. Er lag nog veel metselspecie op de vloeren en ontelbare kalkspatten bevuilden het moderne interieur.
Op 12 september 1907 ben ik in het badhuis begonnen. Vergeleken bij al het andere vaak zware werk op de fabriek ging ik een prinsheerlijk leventje tegemoet. De eerste drie dagen gingen voorbij met het poetsen van de lange trekkettingen, die de kleren, de zeep en andere spullen van de ovenmensen moesten optakelen tot vlakbij het plafond. De twee grote koperen waterkranen boven de voetbaden glommen van nieuwigheid. De achttien douchebaden, negen aan elke kant, benevens de twee afgesloten badkamertjes met email-badkuipen waren al gauw voor gebruik gereed.

Ik was klaar om de eerste “badgasten” te ontvangen. De heer Rainchon schreef een bon uit voor 35 kilogram groen zeep oftewel een heel tonneke. De magazijnmeester wilde zijn hele voorraad niet meegeven. Hij gaf me alvast 5 kilo. Aan elke kant van het waslokaal vulde ik twee zeepbakjes en legde enkele nieuwe handdoeken klaar.

Mijn werktijd begon ’s morgens om 7 uur en om de mensen van dienst te zijn bleef ik ooit tot 9 uur ’s avonds op mijn post. Dan werden mij dertien werkuren uitbetaald. Ik ging ’s middags niet naar huis om te eten. Het middagmaal brachten mijn kinderen in de badkamer.
Op zekere dag kwam ik de directeur tegen in de “Droogbouw”. Ik vertelde hem dat mijn gezin uit negen personen bestond en dat ik wel graag meer zou willen verdienen. Dhr. Dor trok zijn mouw-manchet iets naar beneden en maakte daarop, met potlood, een notitie.
Veertien dagen later kwam ik mijn directe chef, dhr. Rainchon tegen. Hij vroeg, niet erg vriendelijk: “Wat heb jij uitgehaald? Nu sta je maar eventjes gelijk aan het loon van een groot-manoeuvre”.

badmeester 2
1946, 40 jaar bij de Zink

Uit “De Lingot” 14 september 1967 (JD)

Snippers

7 juli 1894
“Zondagavond 1 juli werd de Heer Sepulchre die per velocipéde van de zinkfabriek te Budel naar Weert reed, ter hoogte der spoorbrug door een hond aangevallen en ter aarde geworpen, tengevolge waarvan hij zijn schouder ontwrichtte. Dr. Tiesselinck verleende hem dadelijk geneeskundige hulp.

4 mei 1895
1e Motorfiets door Weert. 55 km. Per uur. De meeste spoortreinen rijden langzamer.

20 februari 1897
“Dinsdagmorgen 16-2 had een groot ongeluk kunnen gebeuren in de zinkfabriek alhier. Een der werklieden, belast met het werk aan een gasketel, ontstak vuur. Toen hij zulks gedaan had, ontplofte de gas, daar deze niet ineens den weg kon nemen in de kanalen, leidende naar de zinkovens. Daarna volgde een ontploffing met het gevolg dat den muur om den ketel ter dikte van twee en een halve meter totaal stuk sprong, terwijl boven den ketel een gedeelte dak vernield werd. Verder scheurde de daarbij behoorende vijfentwintig meter hooge schoorsteen zoodanig dat een hoogte van 15 meter afgebroken moet worden. Persoonlijke ongelukken zijn niet voorgekomen, alleen de monteur L. bekwam eenige kneuzingen, doordat hem steenen op hoofd en borst geslingerd werden. Ernstig is deze verwonding echter niet.

19 juli 1897
Met genoegen vermeld de “Peel en Kempenbode” dat Dr. Somers uit Hamont door de maatschappij der Zinkfabriek alhier, is benoemd tot geneesheer aan die inrichting op een salaris van 5000 frs.

11 juli 1898
“Als een bewijs van de belangrijkheid van onze gemeente van de hier gevestigde zinkfabriek kan dienen dat in de vorige maand niet minder dan 90 wagons van 10.000 kg. zinkerts alhier aangekomen , gelost en verwerkt zijn, hetgeen aan velen werk en een goed daggeld geeft”.

10 december 1898
Door de Directie der Zinkfabriek is benoemd tot Rector, alhier, de Zeereerwaarde Heer Van Neste, thans kapelaan te Herstal bij Luik. Vóór 1 januari a.s. zal Z.E. zich hier reeds vestigen.

24 maart 1899
“Verleden week werd door den Zeer Eerwaarde Heer Pastoor van Budel, bijgestaan door den Zeereerwaarde Heer Rector, alhier, de nieuwe kapel aan de Cantine alhier, plechtig ingewijd en de eerste H. Mis daarin opgedragen. Eene talrijke menigte heeren en dames woonden deze plechtigheid bij. Eere den heeren Dor, die zoveel voor de geestelijke en stoffelijke belangen hunner werklieden zorgen.

1 mei 1899
“Heden, maandag is de Cantine a.d. zinkfabrieken geopend. De opening heeft met eenige feestelijkheid plaats gevonden”.

Zandvliet en Kappers

Jan Zandvliet en Kees Kappers waren twee van de zes verzetsstrijders, die op 5 september 1944 in Dorplein door de Duitse SS werden vermoord.


Zandvliet-kappers


Johannes Zandvliet werd geboren op 22-12-1918 te Rotterdam en overleed te Budel-Dorplein op 5-9-1944.
Jan was de oudste uit een gezin van 12 kinderen, negen jongens en drie meisjes. Thuis in het grote gezin werd hij Jo genoemd. In Rotterdam ging Jo naar school en bracht er zijn jeugdjaren door. Vlak voordat de oorlog uitbrak moest Jo voor zijn nummer in militaire dienst. Zijn verzoek om bij het paardenvolk te mogen dienen, werd ingewilligd en hij werd daarvoor opgeleid te Leiden. Tijdens de mobilisatie op gang. Jo moest zich melden in Opheusden in de Betuwe, dicht in de buurt van de “Grebbenlinie”.
Hij werd daar ingezet als “stukkenrijder” en moest zorgen voor het transport van munitie. Toen op 10 mei 1940 de oorlog daadwerkelijk uitbrak, moest deze munitie naar het front worden gebracht. Hij vertelde later dat hij met een wagen over een dijk reed en zwaar onder vuur werd genomen. Een hachelijke situatie, maar gelukkig werd hij en zijn vracht niet getroffen.  Toen hij enkele weken later thuis kwam, solliciteerde hij bij de marechaussee. Hij werd aangenomen en werd er wachtmeester. Hij werd gedetacheerd in het zuiden, in achtereenvolgens Swalmen, Best en in Budel-Dorplein, waar hij vooral moest letten op smokkelaars e.d. Jo was erg zwijgzaam en uiterst voorzichtig met het vertellen van wat hij precies deed, maar via via wist men toch wel dat hij, samen met anderen, Joden en geallieerde piloten over de grens bracht. Tijdens de oorlog was Jo verloofd met Marie Bulthuis uit Assen, die ook bij het verzet werkte. Zij vertelde na de oorlog dat zij eens als zogenaamd verliefd stelletje, onder de ogen van de Duitsers, in Weert tekeningen maakten van sluis 16. Deze sluis werd op 25/26 augustus 1944 onklaar gemaakt. Bij deze actie was ook Jo direct betrokken.
Jo was een onverschrokken jongen, die ook wel avontuurlijk aangelegd was. Hij wilde, als de oorlog afgelopen was, het liefst naar Nederlands-Indië, om daar tegen de Jappen te vechten. Helaas heeft hij de oorlog niet overleefd. Na de oorlog kreeg hij van de Belgische regering postuum vier onderscheidingen en zijn ouders ontvingen van onze Koningin een persoonlijke dankbetuiging.


Kees Kappers werd geboren op 25-7-1916 te Winterswijk. Zijn vader was fietsenmaker. Kees was een zeer serieuze jongen, hij kwam uit een orthodox-protestants-christelijk gezin en zijn opvoeding was hier natuurlijk ook naar. Zijn vriendjes gingen naar de dansles en op zondag voetballen. Kees mocht dat natuurlijk niet, maar deed dat toch wel eens. Daar had hij het moeilijk mee. Kees werd pas geboren toen zijn vader al 70 was, iets wat hij tamelijk gênant vond. Veel had hij dan ook niet aan zijn vader, vond hij. Alleen zijn strengheid.
Kees ging na zijn lagere schooltijd naar de ULO en nadien naar de kweekschool in Doetinchem. Kees wilde onderwijzer worden, maar na zijn afstuderenwas in het onderwijs geen werk, zodat hij voor f. 2,50 per week ging werken in een spiegelfabriek. In 1938 kwam hij als grenscommies in dienst bij de belastingdienst. Eerst op kantoor en toen in de buitendienst. Zijn eerste standplaats was Vaals, daarna in Berg aan de Maas en tenslotte kwam hij in Budel. Hier was hij in het klooster van de zusters in de kost. Kees was verloofd met Jo Wilterdink, een nichtje van de latere informant D. Wilterdink uit Winterswijk. Zij had ook voor onderwijzeres gestudeerd. Haar hele leven heeft ze gewerkt bij PGEM. Kees en Jo kwamen wel eens over de vloer bij de ouders van de informant. Ook al om melk en eieren te halen, en het was voor het jonge stelletje een mooi fietstochtje. De schoonvader van Kees verbleef geruime tijd in het beruchte kamp Vught. Kees wist op alle mogelijke manieren contact met de gevangenen in Vught te bewerkstelligen. Vele clandestiene briefjes werden het kamp binnengesmokkeld of bereikten omgekeerd de familie van de gevangenen. Natuurlijk ook briefjes van en naar zijn schoonvader.

Vanaf 1942 vormde Jan Zandvliet, wachtmeester der Marechaussee, samen met de douaneambtenaar Kees Kappers een waardevolle schakel tussen de Nederlandse en Belgische verzetsbewegingen.
Menig piloot, verscheidene krijgsgevangenen, Joden en andere vogelvrij verklaarden dankten aan hen en hun helpers (waaronder Antoon van der Putten, Theo Stevens en de gebroeders Leo en Martin Looymans) het leven.

Wat gebeurde op 5 september 1944?
Toen de geallieerden steeds dichterbij kwamen werd aan het verzet opdracht gegeven om de spoorlijnverbinding, de IJzeren Rijn, onklaar te maken. Dit was voor de terugtrekkende Duitsers een belangrijke afvoerroute. Er werd een rail uitgedraaid bij de zandverstuivingen van de Zinkfabriek, waardoor op 5 september ’s-morgens een lange trein vol SS-soldaten ontspoorde. De lijn werd onbruikbaar. De “jongens” verschuilden zich in het riet van de Peel. Hun schuilplaats werd echter door een NSB-er verraden aan de Duitsers. Ze werden gevonden en op beestachtige wijze vermoord.
Samen met Jan Zantvliet werd Kees Kappers op 7 september om 14.00 uur in de namiddag in Dorplein begraven.

Op 3 september 1947 is Kees met zijn 5 andere verzetsmensen in een Ere graf ten ruste gelegd. Het Ere graf is enkele jaren geleden helemaal in zijn oorspronkelijke opzet hersteld. Het is te zien dat onze helden zeker niet vergeten zijn.

Op 8 maart 1984 is door het “Nationaal Comité Verzetsherdenkingskruis” postuum het verzetsherdenkingskruis toegekend aan de zes in Dorplein gefusilleerde mannen.

Bron: AA-Kroniek: 1998/4 en 2003/1 (aangepast JD/RR)

Het Broadpad

Waarom heette een pad door de velden Broadpad?

Het pad liep vanaf sluis 16 in Weert naar de zinkovens van de “Beulfabriek”, zoals de Zink in Weert werd genoemd. Halverwege kwamen de mensen vanuit Boshoven en verder achterland ook op het pad uit.
Ten eerste was het de weg naar de fabriek, waar veel mensen naar toe gingen om hun dagelijkse brood te verdienen.
Voor de werkers in de fabriek waren het lange dagen. Vaak werd door één van hun kinderen nog brood naar fabriek gebracht. Een tweede verklaring voor de naam.

Vele jaren later, het begin van de zestiger jaren kocht de Zinkfabriek zinkschroot. Dit goedkope zink werd dan weer ingesmolten en vermengd met het nieuw gemaakte zink in de zinkovens. Daartoe werd elke dag een pallet met zinkschroot voor de zinkgoot van de zinkovens gezet. Na het maken van de”charge” werd rond de middag dit zink in de verzamelgoot van de ovens gegooid en gesmolten. Zo werd van gebruikt zink weer “nieuw zink“ gemaakt.
Op een zekere dag lagen op één van de pallets twee juten zakken met enige duizenden broodpenningen.

Object 4

Een aantal werklieden heeft toen uit deze zakken een enige penningen gehaald, zodat deze niet werden ingesmolten. Wie de geleende broodpenning op het Broadpad verloor zal wel een raadsel blijven.


Vliegwedstrijd

GROOTE
Vliegwedstrijd
Hasselt/Kiewit – Dorplein

Op zondag 16 juli 1911
Aankomst der vliegeniers  5 1/2 uur s’ namiddags
Tevens 
Groot concert op het terrein

Plaatsen in het gereserveerd gedeelte Fl. 0.50 of 1 frank 
Buiten ’t gereserveerd gedeelte staanplaatsen vrij 
Bergplaats voor automobilisten, rijtuigen en rijwielen
Het bestuur 



Vliegen in 1911 

"Inmiddels werd de spanning van het publiek van minuut tot minuut groter, vooral toen een auto uit Hasselt arriveerde en monteurs en andere belangstellenden meebracht met de tijding, dat de vliegeniers zouden vertrekken.  Aan humor ontbrak het intussen niet. Een mus in de verte werd tot een eendekker, een kraai tot een tweedekker en een "kroene kraan" tot een Zeppelin gepromoveerd. Tot eindelijk tegen 7u00 heel in de verte, iets ongewoons ontdekt werd. Het publiek "vloog omhoog". Alle verrekijkers, toneelkijkers, sterrenkijkers, bi- en monocles, of wat dies meer zij, werden erop gericht,...... een schot viel...... zwarte rookwolken uit de 'Vuurbaak... en ja... -het was een tweedekker... In rechte lijn stevende het naar ons, in de richting van het vliegveld en de schoorsteen du fabriek, die achter ons lag. Hij werd al langer hoe groter; duidelijker werd het slaan van de schroef hoorbaar en onder onbeschrijfbaar enthousiasme vloog 'hij over onze hoofden; maakte een prachtig zuiver symmetrische zwenking noordwestwaarts en daalde, tegen de wind in, juist ter aangewezen plaatse op het vliegveld. Dat alles geschiedde zo juist, zo perfect, zo zuiver en zo mooi alsof het de gewoonste zaak ter wereld was. Het was in een woord': overbluffendl Toen dan ook de vliegenier, de ·heer Ridder de la Mine, met zijn passagier de heer luitenant Melis uit hunne enge zitplaatsen stapten, bracht het publiek hun nogmaals een allerwarmste ovatie. Zij dankten met vriendelijke buigingen allerzijds."
(Kanton Weert)

Schutterij St. Josph Dorplein

In 1927 was in Dorplein behoefte aan een nieuwe culturele ontwikkeling, met muzikale impulsen. Het verhaal gaat, dat op 17 maart een paar mannen in Budel-Dorplein stonden te praten over deze ontwikkeling en één van hen opperde het plan om een schutterij op te richten. Hier bleek wel belangstelling voor te bestaan. Reeds 14 dagen later, op zondag 2 april, was de oprichting ’n feit.

Schutterij 1

Er werd een reglement opgesteld voor de Schutters. Het bevatte 12 artikelen dat, met de nodige uitbreidingen, altijd van kracht is gebleven. Als naam werd gekozen voor “St. Joseph Dorplein”, naar de schutspatroon van het toen nog rectoraat zijnde Dorplein. Het allereerste bestuur bestond uit:
Voorzitter: Meester S. van Helvert
Secretaris: Piet Lemmens
Penningmeester: Frans Verstappen
Kapitein: Sus Rademakers
Commissaris: Louis Brouns

Al op zondag 7 april werden de eerste schoten vanaf het schuttersveld aan de Peel afgevuurd. Het begon met een drietal koperen trommen. Een tenue was er tijd nog niet. Alleen een uniformpet en een sjerp om de schouder in de vaderlandse driekleur. Vooraan liep natuurlijk de vaandeldrager.

Op zondag 22 april 1927 was het vaandelfeest van het schuttersgilde. Om 9.30 uur vertrokken de leden van het Schuttersgilde, voorafgegaan door “Les Echo’s de Dorplein” met “omfloerst” vaandel ter kerke. Vóór de mis werd het prachtige vaandel, voorstellende de beeltenis van de H. Jozef, plechtig door rector Meuwese gewijd. De plechtige H. Mis werd opgedragen door professor Ballings uit Hamont. Na de mis stelde de stoet zich wederom op om onder de tonen van de Harmonie een rondwandeling te maken door oud en nieuw Dorplein. Daarna werd in hotel “St. Joseph” een traktatie aangeboden. Na het lof trokken de schutters, begeleid door de drankwagen, gezamenlijk naar de schietboom bij de Peel om een onderlinge wedstrijd te houden.

Tijdens een regionaal schuttersfeest in het Limburgse werd bepaald wie de eerste schutterskoning zou worden. De gelukkige was M. Brugmans, die in de 5e serie den vogel liet tuimelen. In 1928 werd schutterij “St. Joseph” uitgenodigd om het 57e bondsconcours te organiseren. “19 Augustus , aanvang om 2 uur. Deelname 10 schutterijen. Voorafgegaan door een optocht van de deelnemende verenigingen met muzikale medewerking van harmonieën en fanfares uit Budel, Dorplein , Hamont, Maarheeze en Achel.”

Uit de daaropvolgende periode zijn blijkbaar de aantekeningen verloren gegaan. Het betreft ook een periode waarin schraalhans meester was en door de oorlog dit soort activiteiten overal plat lagen.
Al met al moesten na de oorlog bij de herstart opnieuw geweren etc. worden gekocht. Langzaamaan krabbelden ze weer omhoog. Op 18 oktober 1952 vond een herdenking plaats van het 25 jarig bestaan. Het was tevens een ere-avond voor de zilveren jubilarissen de heren P. Lemmens, M. Brugmans, Fr. Verstappen, L. Lemmens en A. Looymans. De voorzitter Bernard Mous overhandigde de jubilarissen een welverdiende herinneringsmedaille. De traditionele wisselbeker werd bij deze gelegenheid uitgereikt aan A. Frenken. Voor deze gelegenheid werd een speciaal lied geschreven op de wijze van “jamboréé”.

In negentien zeven en twee
Ging Dorplein wat beleven
Daar wam een schutterij in Dorplein bij
Een groepje stoere mannen
Die hadden reuze plannen
En de kogels gierden over peel en hei.

Refrein:
Schutterij
Schutterij
Schutterij
Schutterij
SCHUTTERIJ….

Onze jubilarissen openden de rij
De jaren zijn gekomen
De jaren zijn gegaan
Maar de schut staat nog steeds bovenaan
Zij winnen vele prijzen
En maakte mooie reizen
En vochten voor de prijzen zij aan zij, enz.

Daags nadien werd het feest voortgezet met een drukbezochte receptie. Burgemeester Remmen, de directie van de Zinkfabriek en rector Thijssen en vele niet met namen te noemen belangstellenden.

In 1953 vond een jubileum-schuttersfeest plaats in Dorplein waaraan 23 schutterijen deelnamen. De naam Frenken is vanaf deze periode sterk vertegenwoordigd in het schuttergilde van Dorplein. Zij kwamen van Ospeldijk bij de Moost aan de Grote Peel. Zij hadden daar gewerkt bij de turfwinning in de Peel. In 1965 waren er liefst 30 familieleden bij de schutterij. Zelfs broers van Tinus uit Someren en Ospel waren in Dorplein bij de schutterij.

Rond 1950 had men een eigen schutterslokaal betrokken, nabij het schietterrein, achter het “Prisonneke”. Het was voorheen het kleedlokaal van de voetbalclub geweest. Dankzij ere-leden en begunstigers konden de schuttersleden zich in 1953 in een echt schuttersuniform presenteren.

In 1957 is ook het vaandel van de schutterij vernieuwd. Het werd een kopie van het oude vaandel. Op doek geschilderd door Dorus Rooymans van de Zinkfabriek en officieel ingezegend door rector W. Thijssen.

Het geweer waarmee men op concours ging woog zo’n 14 kilo en Toon Frenken nam het dikwijls op zijn fiets mee op concoursen. Hij was ook lange jaren buksmeester en samen met zijn vader, Tinus Frenken, maakte hij de loden kogels en de stopjes voor op de schutsboom. De vereniging had inmiddels 4 geweren. Uiteraard had men in Dorplein ook een ere-voorzitter, Frans Dor, die natuurlijk voor de nodige “Zinksubsidie” moest zorgen. Zo kreeg de schutterij in haar topjaren, zoals 1960, f. 1600,- subsidie van de zinkfabriek. Ook het zwaard dat de commandant droeg was geschonken door Frans Dor. Vele concoursen werden bezocht en georganiseerd en behaalde men vele prijzen. Meestal gingen de schutters met de fiets, dat was wel zo veilig.

In 1965 werd met behulp van een donatie van de zinkfabriek het schutterslokaal grondig verbouwd, zodat men er ook kon vergaderen en dorst lessen. De inventaris werd geschonken door brouwerij ”De Hoop” uit Budel, waarvan men natuurlijk de drank moest betrekken.

Zoals bij alle verenigingen kende men de nodige ups en downs. Eind jaren 60 dreigde ontbinding door een tekort aan leden. Maar enkele leden, met name Toon Frenken, Bert van Goor en Jaap Gommers brachten het toch weer tot een nieuwe bloeiperiode. Ze beleefden opnieuw gouden tijden, met vele evenementen en belevenissen. Tamboer-maître Sjefke Stollman bv. had de vaste gewoonte om bij een optocht zijn piek naar rechts te verplaatsen als ze voorbij een café kwamen waar hij nog schuld had. De “Lange Feijen” kon bijna niet onder de buks en speciaal voor hem werd een gat gegraven zodat hij er goed onder kon. Tijdens deze wedstrijden werd in de keet, het schutterslokaal, door Pier Horyon en zijn vrouw snuik (snoepgoed) verkocht. Pier had ook een jukebox in de keet staan, die goed opbracht voor de schutterij.

In 1977 werd het 50-jarig bestaan gevierd, wat 3 dagen in beslag nam. De feesttent stond naast de toenmalige Vivo-winkel. In de tent speelde 3 dagen het orkest Jerry Calando. Receptie, balavond, huldiging van jubilarissen, spellenmiddag voor de kinderen, tienerbal met discotheek en s-avonds wederom bal. Omdat het feest zo goed geslaagd was, volgde op zaterdag 21 mei een feest voor alle helpers in zaal “Apollo” in Hamont. In het midden der 70-er jaren vormde het kienen, zoals voor alle verenigingen, een goede bron van inkomsten.

In 1986 werd Rita Frenken-Bouwman de nieuwe voorzitter. Zij had enkele jaren terug een majorettenkorps opgericht, dat tijdens optreden de schutters voorafging.  Er ontstonden echter allerlei problemen, met name met betrekking tot de voorzieningen in het clublokaal. De vereniging bestond toen toch nog uit 52 leden, maar velen kwamen van elders.

De januaristorm van januari 1990 zorgde er voor dat het clublokaal onbruikbaar werd. De hulp van de gemeente bleef uit en het enthousiasme daalde naar een nulpunt.

In 1992, bij het 100-jarig bestaan van de Zinkfabriek had men een gedeelte van het schuttersterrein nodig voor parkeerplaatsen e.d. Toen is ook het schutterslokaal afgebroken. De materialen werden conform de statuten netjes weggegeven en daarmee was het einde van schutterij “St. Jozef Dorplein” een feit. Enige jaren later is de grond door de zinkfabriek verkocht. Niets duidt er nog op dat hier 65 jaar lang door de schutterij “ St.Jozef” werd geschoten op de “stopkes” en er vertier was in het schutterslokaal.

Bron: AA-Kroniek 1997-3 (verkort en aangepast JD/RR)

De Witte Villa van Emile Dor


Witte Villa 1

In Dorplein wordt deze woning de “Witte Villa” genoemd. Het is gelegen aan de Hoofdstraat 104.
De villa heeft, afwijkend van andere gebouwen in Dorplein, gevels met witgeverfde sierpleister (overhoekse tegels), pilasters, versierde raam- en deurlijsten. Binnen waren terrazzovloeren met siermotieven en was ook veel marmer verwerkt. Door jaren leegstand en vooral door baldadigheid heeft dat veel geleden. Aan de voorkant is nu een smeedijzeren sierhekwerk met ingang.

De woning is in 1898 gebouwd als woning voor het gezin van directeur Emile Dor. Hoewel Emile vanaf 1911 in Rotem werkte bleef hij tot midden jaren dertig in de Witte Villa wonen. Nadien woonde de familie in Luik.

Een korte biografie van Emile Dor!
Emile Louis Joseph werd geboren op 29 januari 1863 in Ampsin(B). Op 20 september 1888 trouwde hij te Roubaix(F) met Claire J.L.M. Delattre. Hij overleed op 6 augustus 1941 te Luik.
Emile studeerde aan de universiteit van Leuven en slaagde cum laude als ingenieur van Kunsten en Nijverheid, Civiele werken en Mijnbouw.
Hij begon zijn loopbaan bij de zinkfabriek in Auby(F).
Omdat zijn baas niks zag in Emile’s patenten keerde hij terug naar België en later, gekluisterd aan een langdurig ziekbed, bedacht hij nieuwe methoden om zink te maken. Inmiddels getrouwd met Claire Delattre gebruikte hij ook haar naam voor de nieuwe oven; Dor-Delattre oven.

Het ontwerp van de Zinkfabriek in Budel was gebaseerd op deze nieuwe methoden. Ook ontwierp hij het plan voor de bouw van een dorp bij de fabriek; Project de Dorplein. Inclusief zijn eigen woning; Witte Villa.

Directeur-Generaal in Rotem
Op 28 december In 1911 werd de “Société Anonyme de Rothem” gesticht. In 1912 werden tussen de Zuid-Willemsvaart en de spoorlijn Hasselt – Maaseik op het grondgebied van Rotem en Dilzen, de grondwerken aangevat. Er kwam een hal met 8 ovens, een electriciteitscentrale en een kantoor.
Emile Dor werd directeur-generaal van deze fabriek, waar veel innoverende ontwerpen van hem werden toegepast.

De “Maas- en Kempenbode” meldde op 2 november 1913:
Vanaf vorige dinsdag zijn de smeltovens van de fabriek in Rotem in werking gesteld. Aanstaande dinsdag begint de zinkbewerking.

En op 9 november 1913:
Maandag werd begonnen met zink te trekken in de fabriek te Rotem. Op de fabriek werken 300 werklieden.

Witte Villa 3
De zinkfabriek in Rotem

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden alle activiteiten, bij gebrek aan grondstoffen, gestaakt. Nadien waren weer acht ovens in werking en op 7 juli 1937 werd officieel een roostoven en zwavelzuurfabriek in werking gesteld. Voorheen werden alleen gerooste ertsen naar Rotem vervoerd.

Na de dood van Emile Dor in 1941 kwam in 1966 ook een einde aan de zinkproductie in Rotem. Het personeel werd op 7 november de dienst opgezegd, terwijl een kleine ploeg met de ontmanteling werd belast.

Wellicht waren er onder u ook wel fietsers die langs de Zuid-Willemsvaart naar het zuiden fietsten en deze schoorstenen opmerkten. Ook de sanering van het terrein?

De straat in Rotem-centrum naar de Zinkfabriek heet Emile Dorlaan. Zelfs in de VS is, in de Zinkstad Blackwell (Texas) een straat naar hem vernoemd.

Een man in Rotem, die hem nog gekend had, sprak over een grote oude besnorde grijze man met wandelstok, die door de zinkfabriek stapte en dan wat langer stil stond bij de ovens. Hij woonde al in Luik en kwam geregeld ’s morgens naar Rotem, in een auto met chauffeur. Die auto had voor de oorlog nogal veel bekijks in Rotem.

Na het vertrek van de familie midden jaren dertig is de Witte Villa in gebruik geweest voor alles en nog wat. Het was kantoor voor de fabriek. Ook het onderkomen van de dorpsbibliotheek, van het postkantoor, van het patronaat en van een schoolklas. Bovendien nog enkele jaren gebruikt als het “Haagse Handelskantoor” van de KZM en er woonden diverse gezinnen. Na jaren leegstand en verpaupering, is het uiteindelijk enkele malen verkocht en nu grondig gerenoveerd. De Witte Villa staat er weer in volle glorie bij!


Witte Villa 4
De Witte Villa nu

Bron: AA-Kroniek 2002-3 (verkort en aangepast JD/RR)

Leem uit Belgisch Limburg

Leem werd bij de zinkovens gebruikt om gaten en spleten te dichten rond de retorten(moffels) en condensors(tippen). Zo werd warmte- en productie verlies voorkomen. De leem werd met water vermeng en als een prop door de ovenmannen naar de openingen geworpen. Meestal bleef het plakkerige goedje wel hangen tot de volgende charge (laden van de oven).
Later werden bij het gesloten ovensysteem ook de spleten rond de destillatieschermen er mee afgedicht, alsmede gaspotten, warme en koude turbo’s.

De leem werd gedolven in gronden achter Den Monnikhof te Boorsheim, gelegen langs de Zuid-Willemsvaart.

6. Leempercelen bij Boorsheim


In het archief van de K.Z.M. bevinden zich vijf aktes van de Studie van L. Delwaide, notaris te Reckheim (Rekum):

1. Akte 105 1895
No 105 van 1895 den 20 april.
Akte van verkoop van een perceel grond (Sectie No.1605a) door de heer Jean Kortleven te Boorsheim aan de Naamlooze Maatschappij Zincs de la Campine de Budel (Hollande). Akte in het Frans opgesteld.
Groot: 45 aren.
Prijs: 100 franken.


2. Akte 112 1908
No 112. Den 9 april 1908 ~
Akte ven verhuring van leemland (Sectie No.1606a en No.1607) voor 12 jaren door de heren H. Van Welsden en D. Kortleven te Boorsheim (handelend in eigen naam en zich verders voor zooveel noodig sterk makende en partij formeerende voor en namens zijn huisvrouw Philomina Leenders, huishoudster) aan de Naamlooze Maatschappij Zincs de la Campine gevestigd te Budel (Hollande).
Groot: resp. 16 aren en 10 aren.


3. Akte 342 1911
No 342. – Den 10 Sept. 1911.
Akte van verkoop van een perceel Bouwland Sectie A No 1609 door Willem Ramaekers te Boorsheim aan de Naamlooze Maatschappij Zinc de la Campine te Budel.
Groot: 15 aren 80 centiaren.
Prijs: 1200 franken.


4. Akte 193 1912
No 193. 6 juni 1912.
Akte van verhuring voor een perceel leemgrond Sectie A No 1608 voor 7 jaar door de Kerkfabriek van Boorsheim aan de Naamlooze Maatschappij Zinc de la Campine te Budel.
Groot: 7 aren 80 centiaren.
Prijs: 585 franken.

5. Akte 25 1913
No 25 13 Jan-1813.
Akte van verhuring voor 10 jaar van een perceel bouwland Sectie A No 1606a door de heer H. Hieronymus van Welsen te boorsheim aan de Naamlooze Maatschappij Zinc de la Campine te Budel.
Groot: 24 aren 6 centiaren.
Prijs: 2100 franken.



De voorwaarden van de eerste verhuring (Akte 112) luidden als volgt.

* Deze verpachting geschiedt voor een volle termijn van twaalf jaren, aanvang nemende op heden, om te eindigen op negende april negentien honderd twintig.
* Gedurende deze 12 jaren heeft de Maatschappij het recht van uitdelving van den leemgrond op de verhuurde percelen en zulks op die wijze en op als zulke diepte het de Maatschaapij zal goedvinden, zonder desaangaande reclamatiën van de verhuurders te dulden.
Na verloop der twaalf jaren zal den restant van gronden de kuilen ter beschikking gesteld worden der verhuurders in zulken staat het aan de Maatschappij zal believen de verhuurde grond te laten liggen.
* Alle voorziene en onvoorziene, gewone of buitengewone rampen en toevallen welke gedurende dit contract voorvallen, blijven voor rekening van de Maatschappij.
* De verhuring geschiedt mits de sommen hierna vermeld en in één maal te betalen:
- Twaalfhonderd franken, betaalbaar aan de heer Heronymus van Welsden.
- Zeven honderd vijftig franken aan de echtgenooten Kortleven-Leenders, welke sommen in tegenwoordigheid van ons notaris voldaan zijn, zodat deze niets meer te vorderen hebben van de Maatschappij, waarvan kwijting.
* De grond en alle andere lasten aan de staat of gemeente verschuldigd wegens den verhuurden eigendom, blijven ten laste der eigenaars, maar de kosten voor dit contract zijn voor de Maatschappij.

Uit correspondentie tussen H. van Welsden en de K.Z.M. van 19 januari en 9 februari 1923 is op te maken, dat prijs voor het uitgraven van leem en het laden van het schip resp. 2,70 franken en 3 franken per ton was. Het betreft hier Akte 193. De tweede prijs is hoger, omdat de afstand van de leemgrond (van een ander verhuurder?) tot het schip 50 meter meer is. Het schip draagt de naam; Herman. H. van Welsden meldt op 19 januari tevens, dat er niet veel leem meer te laden is. Het contract loopt trouwens ook ten einde. Verder hoopt de K.Z.M. , dat de ladingen een minimum aan stenen zullen bevatten.

Bèr Cardinaels, 4 mei 2015

Zie ook: Fotogalerie / Album 4 / Documenten enz. 17 t/m 22